Jan Hollenbeek Brouwer is democraat in hart en nieren.
Hij werd geboren in een gereformeerd milieu. Zijn ouders wezen hem (al in zijn prille jeugd) op de elementaire waarde die verworvenheden als vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting in zich meedragen.
Zelf straalden zij de rotsvaste overtuiging uit dat 'God,
mens en samenleving' onlosmakelijk met elkaar verbonden (behoren te) zijn.
Het motto was: De mens heeft God nodig in zijn/haar leven. En God heeft, via de Bijbel, en doormiddel van zijn zoon Jezus Christus, richtlijnen en regels aan de mens gegeven die heilzaam zijn wanneer ze, op een verantwoordelijke en zorgvuldige manier, worden opgevolgd.
Deze duidelijke godsdienstige basis bleek voor Jan Hollenbeek Brouwer, gedurende een rijke loopbaan als politicus en bestuurder, steeds weer opnieuw een rots in de branding te zijn. Hij ontwikkelde zich mede daardoor tot een sterke persoonlijkheid.
Als provinciaal bestuurder toonde hij zich een vastberaden strateeg die zijn persoonlijke levensvisie nooit onder stoelen of banken stak. Maar ondanks zijn duidelijke christelijke levensfilosofie (die voor hem in diepste wezen onweerlegbaar en onaantastbaar was en is) stond en staat hij toch ook bekend als een man die altijd bereid is om verantwoorde compromissen te sluiten.
Het beschermen van het algemeen maatschappelijk belang was voor hem minstens zo belangrijk als het verdedigen van primair-christelijke normen en waarden.
,,Het gaat in politiek en bestuur altijd om het zoeken naar evenwicht en overeenstemming'', zegt hij. ,,Mensen van verschillende maatschappelijke- politieke- en/of kerkelijke richtingen moeten elkaar steeds weer opnieuw zien te vinden op de punten die hen samenbinden. Verschillen in opvattingen zullen er altijd zijn. Maar die verschillen mogen nooit uitgroeien tot breekpunten die samenwerking onmogelijk maken''.
Hollenbeek Brouwer stelt vast dat zijn persoonlijkheid voor een belangrijk deel gevormd is in het gezin waarin hij opgroeide. ,,Gezin en onderwijs zijn voor mij als wezenlijk voor mijn vorming en ontwikkeling er geweest. Daarnaast hebben vooral het kerkelijk werk en jeugd- en jongerenwerk daarin een toch ook wel doorslaggevende betekenis gehad. Een tweetal uitgangspunten zou ik met name willen noemen. Namelijk: 'In beginselvastheid ligt onze kracht' (Mr. Guillanne Groen van Prinsterer - 1801-1876) en de toepassing daarvan in de drieslag: 'Kerk, Staat en Maatschappij'. (Dr. Abraham Kuijper - 1837-1920).
Ook ervaar ik het als een groot voorrecht dat ik vrij jong, en lange tijd, (1954-1974) de gelegenheid kreeg met vooraanstaande Drentse cultuurdragers als Prakke, Naarding, Bontekoe en Poortman en anderen via het Drents Genootschap intensief contacten te onderhouden. En uiteraad ook met figuren als Smallenbroek, Brouwer en Oosterhuis".
De basis van de democratie is volgens Hollenbeek Brouwer 'het democratisch gebod' dat zegt dat elk individu zichzelf in werkelijke vrijheid moet kunnen ontwikkelen en manifesteren.
,,Politieke- of godsdienstige opvattingen mogen nooit dwingend aan mensen worden opgelegd. De mens heeft van God de mogelijkheid gekregen om zelfstandig keuzes te maken. Het milieu waarin je opgroeit is in belangrijke mate bepalend voor de manier waarop je jezelf in het leven zult ontwikkelen. Maar er zijn nog veel meer factoren die, wat dat betreft, mede bepalend zijn. Het aanbod aan ontwikkelingsmogelijkheden behoort dan ook groot te zijn. Een gezonde en evenwichtige persoonlijke ontwikkeling is zeer belangrijk voor de totale maatschappij. Want die maatschappij is uiteindelijk niets meer of minder dan een optelsom van zeer veel individuen en cultuurgroepen die, met zijn allen, een zeer rijk geschakeerde basis voor een samenleving vormen''.
De driehoeksrelatie 'God, mens en samenleving' in voor Hollenbeek Brouwer, ook in dit vormingsproces, van fundamenteel belang.
,,Wanneer je er van overtuigd bent dat God 'de mens' voortdurend en getrouw tot kracht en steun wil zijn, en dat Hij ons daarvoor duidelijke richtlijnen heeft meegegeven, dan kun je niet anders meer leven en handelen dan vanuit die overtuiging. En dan zal alles wat je zegt en doet dus ook herleid moeten kunnen worden tot die levensovertuiging.
Het heeft geen zin, en het is zeer hypocriet, als je met de mond een overtuiging uitdraagt die je, via je daden en handelen, niet manifest weet te maken''.
Hollenbeek Brouwer is een groot voorstander van het handhaven (en waar nodig uitdragen) van een persoonlijke levensvisie. ,,En dat dan dus niet alleen op het persoonlijke vlak. Ook in de politiek wil ik graag horen en zien vanuit welke visie mensen eigenlijk stelling nemen. Het lijkt soms wel eens alsof het uitdragen van een levensvisie tweedracht en verwijdering met zich meebrengt. Daarom wordt er tegenwoordig vaak stelling genomen vanuit een schijnbaar neutrale grondhouding. Maar neutraliteit bestaat in diepste wezen niet. Ieder mens koestert nu eenmaal persoonlijke opvattingen en overtuigingen. Die kunnen inhouden dat een individu bijvoorbeeld zeer gelovig is. In zo'n geval is er geen twijfel over de uitgangspunten. Maar ook iemand die 'religie' radicaal afwijst, en die dus op dit gebied schijnbaar neutraal is, heeft wel degelijk een overtuiging. Ook een atheistische levensovertuiging zal vroeg of laat namelijk weerspiegeld worden in 'het handelen' van de betreffende persoon.
Dat betekent voor mij overigens niet dat dit persoonlijk handelen per definitie minder waardevol voor de maatschappij zal zijn dan in het eerste geval. Het kan zelfs andersom zijn''.
Het begrip 'cultuur' heeft voor Hollenbeek Brouwer altijd een zeer brede betekenis gehad.
,,Cultuur is beslist niet alleen een verzamelnaam voor culturele uitingen zoals muziek, dans en zang. Dergelijke uitingen zijn uiteraard zeer belangrijk. Maar cultuur is voor mij toch in de eerste plaats 'de manier waarop alle verschillende individuen en groeperingen met elkaar omgaan in de samenleving'. De manier van denken, en de mentaliteit van mensen, bepaalt immers uiteindelijk vaak hun manier van handelen. Wij leven in een zeer complexe wereld waarin continu het gevaar aanwezig is dat bepaalde groeperingen aan anderen de wet zullen gaan voorschrijven. Soms proberen ze dat op manipulatieve wijze bewust te doen. Maar vaak is het een natuurlijk proces waarbij de ene cultuurgroep de andere als het ware automatisch, en vrijwel ongemerkt, overschaduwt. Daardoor kunnen minderheden in de verdrukking komen. Als dat gebeurt moet je als overheid regulerend optreden. Wij leven met zijn allen in een multi-culturele wereld waarin iedereen zich vrij moet kunnen ontwikkelen, zowel binnen als buiten zijn of haar eigen cultuurgroep. Dat recht op persoonlijke vrijheid kent uiteraard grenzen. Maar die grenzen moet je steeds weer opnieuw in onderling overleg aangeven en bepalen. Wettelijke kaders kunnen zowel gehandhaafd als bijgesteld worden. Elke generatie bepaalt zijn eigen spelregels en kaders. Voor mij persoonlijk is het christelijk geloof steeds de belangrijkste 'wettelijke' basis geweest van waaruit ik, als bestuurder, schijnbare kloven op politiek-, bestuurlijk- en maatschappelijk gebied wilde (en vaak ook kon) overbruggen. Soms moet je als bestuurder standvastig zijn en geen strobreed toegeven. Maar vaker moet je de ander soepel en respectvol de ruimte geven die je ook zelf graag in je leven wilt hebben en handhaven. Dan sluit je vaak bewust een compromis. Mensen, die hun eigen politieke- en/of kerkelijke overtuiging altijd onwrikbaar centraal stellen, en die elke dialoog met andersdenkenden het liefst uit de weg gaan, kunnen volgens mij niet worden gerekend tot de ware dragers en beschermers van het democratisch gedachtegoed. Je moet altijd bereid zijn om werkelijk naar de ander te luisteren. En je moet ook steeds rekening houden met de mogelijkheid dat je zelf van mening zou kunnen veranderen. Zoiets mag je niet bij voorbaat uitsluiten. Ieder mens kan van anderen leren. En alleen in de ware dialoog ontdek je mogelijkheden en grenzen die je misschien, vanuit je eigen werkelijkheid, (nog) niet kende. De democratie is en blijft nu eenmaal een wankel evenwicht tussen machten en krachten die stuk voor stuk een grote verscheidenheid aan ontwikkelingsmogelijkheden in zich meedragen. Zowel in positieve als in negatieve zin. De geschiedenis heeft helaas meer dan eens bewezen dat het met een samenleving onder bepaalde omstandigheden heel erg fout kan gaan''.