Het Drents Genootschap - Culturele Raad voor Drenthe
J. Hollenbeek Brouwer Ing.
Bij de culturele ontwikkeling van de provincie Drenthe heeft het Drents Genootschap (Culturele Raad voor Drenthe) als belangrijk instrument en schakel willen en kunnen fungeren. Als voorzitter van het Drents Genootschap heeft prof. dr.
H. J. Prakke hieraan gedurende bijna twee decennia inspirerend, energiek, bekwaam en dienend leiding gegeven, hetgeen uit onderstaand aandeel in dit Album Amicorum moge blijken.
Het doel van het Drents Genootschap kan worden omschreven als:
- wekken van belangstelling voor het Drentse culturele en
wetenschappelijke leven en het verbreden en verdiepen
daarvan,
- de belangstelling voor de cultuur in de provincie Drenthe in
de ruimste zin van het woord te verbreden en te verdiepen,
- adviezen verstrekken op cultureel gebied aan provinciale
overheid, gemeentelijke overheden en verder aan
provinciale en gemeentelijke organisaties en instellingen.
Het Drents Genootschap is ontstaan uit de Drentse Studiekring 'D. H. van der Scheer' (opgericht op 12 maart 1941 uit cultureel verzet tegen de bezetter) en kan worden gezien als de logische voortzetting daarvan.
De Studiekring (1941-1947) was een periode van bezinning, vooral in het historische en sociologische vlak, door een kleine groep Drenthe-vorsers, na de bevrijding in de openbaarheid tredend met het congres 'Duizend jaar Drenthe'.
Op 12 maart 1947 werd de Studiekring met volledige medewerking van de provinciale overheid en na zorgvuldige voorbereiding met vertegenwoordigers van culturele organisaties omgebouwd tot het Drents Genootschap:
een federatie van ledenorganisaties (aanvankelijk 30)
en bovendien een aantal persoonlijke leden
(aanvankelijk 120).
De statuten kenden leden dz organisaties (zowel qua doelstelling als levensbeschouwelijk zeer gevarieerd doch als hoofd- of nevenfunctie gericht op de culturele ontwikkeling van Drenthe) en persoonlijke leden.
Het aantal leden-organisaties nam in de Prakke-periode (1941 via 1947 tot 1960) toe tot 80 en het aantal persoonlijke leden tot 1130. De Genootschapsorganisatie heeft vanaf de start een zeer democratische opzet gehad.
a - de Landdag (gevormd door afgevaardigden van
ledenorganisaties en van de groep persoonlijke leden
en het Algemeen Bestuur) oefent het hoogste gezag uit.
b - het Algemeen Bestuur (gekozen door de Landdag) wordt
gevormd door 22 leden (minimaal zes uit de kring van de
persoonlijke leden en minimaal zes uit de kring van de
leden-organisaties en 1 vertegenwoordiger van het
College van Gedeputeerde Staten van Drenthe,
c - het Dagelijks Bestuur (gekozen uit en door de leden van
het Algemeen Bestuur).
Met bijzondere inventiviteit zag voorzitter Prakke kans
de jaarlijkse Landdagen tot hoogtepunten in het Genootschapsleven te maken en actuele onderwerpen
aan de orde te stellen:
Spreiding der cultuur voor de jeugd
Lectuurvoorziening
Culturele samenleving en plaatselijke organisaties
Toneelbeoefening in Drenthe
Onderwijs, jeugdvorming en culturele vorming in Drenthe
Punten rondom sociaal cultureel veranderend Drenthe
Ontspanning en ontwikkeling in Drenthe
Betekenis van radio en televisie voor lokale samenlevingen
Opvoeding tot deelname aan cultuur
Komt men in de Drentse gemeenten in aanraking met de beroepskunstenaar en diens werk.
Ook de zgn. Genootschaps-maandbijeenkomsten waren bepaald niet eenzijdig historisch gericht; een vluchtige blik
in jaarverslagen geeft o.a. het volgende beeld:
Nieuwe vormgeving van steden (prof. Dr. Sj. Groenman)
Filmische vorming (P. J. van Mullem)
De kerk in Drenthe (dr. C. D. Saal)
Sport en cultuur (prof. Mr. I. A. Diepenhorst)
Volkszang (Wim ter Burg)
Amerikaans visie op Drents dorp (prof. Dr. P. J. Bouman)
Ontwikkeling van het Drentse platteland (Ir. Th. J. Tienstra)
Sociaal cultureel werk van Opbouw Drenthe (mej. J. Boer)
Voorzitter Prakke introduceerde ook zgn. bijzondere bijeenkomsten, die naast gelegenheid tot bezinning op de gewestelijke geschiedenis en tot herbeleving daarvan tot allerlei nieuwe activiteiten veelvuldig aanleiding gaven, mede ook door de als regel met zorg gekozen spectaculaire opzet.
Als voorbeelden moge dienen:
1000 jaar Drenthe (1945)
Fabricius festijn (1946 en 1958)
Picardtherdenking (1947)
Huldiging Ben van Eysselsteijn (1948)
Contact Drenthe-Michigan te Sleen (1948)
Roessingh's ereburgerschap van Westerbork (1948)
5 daags bezoek Vlaamse letterkundigen (1949)
750 jaar Zuidlaardermarkt (1950)
Bibliotheekcongres (1951)
Academiedagen (1953)
350 jaar G. S. van Drenthe (1953)
Onthulling van 'Bartje' te Assen (1954)
Bevrijdingsherdenking te Westerbork (1955)
3 lustra van Shakespeare spelend Diever (1950,
1955 en 1960)
Zeven eeuwen Assen (1959)
Dr. H. J. Prakke was eveneens oprichter van het maandblad 'Drenthe' (1929), dat in 1947 officieel orgaan van het Drents Genootschap werd en dat na de doorgevoerde reorganisatie in 1954 (met Prakke als redactie-voorzitter) het aantal abonnementen zag verviervoudigen.
Het redactioneel beleid was sterk gericht op veelzijdigheid
en actualiteit en vooral ook in hoofdartikelen op fundamentele ontwikkelingen in de provincie Drenthe.
De jaargangen 1955 t/m 1969 werd als leidraad voor de hoofdartikelen telkens een thema gekozen nl.:
1955 Spanning en samengroei in de
Drentse samenleving van nu
1956 Vorming van de Drentse mens
1957 Nieuwe vormgeving van Drenthe
1958 Drenthe in de nationale samenleving
1959 Werken in Drenthe
1960 Vrijetijdsbesteding in Drenthe.
Op onderscheiden wijze heeft het Drents Genootschap - daarbij opnieuw met voorzitter Prakke als sterke stimulator - amateuristische en beroepskunst bevorderd.
Toneel: organisatie Borger-Vesperije ter gelegenheid van het jubileum van de Rederijkerskamer, trok met 'Kunst en Strijd' in Ben van Eysselsteijn's 'Bazuinen van Jericho' de provincie rond, toneelprijsvragen (1951 en 1958), stimuleerde totstandkoming Dirk Verel's 'Djoeke Hilberts'.
Jan Fabricius ereburger van Assen.
Beeldhouwkunst: in opdracht van het Drents Genootschap kwamen o.a. tot stand 'Bartje' te Assen in 1954 (Suze Berkhout), 'De Ziener' te Sleen in 1948 (Willem Valk),
'De Ciel la Liberte' te Westerbork in 1955 (Charles Hammes).
Literatuur: oprichting Drentse Schrieverskring en uitgave Drentse Schrieversalmanak (1956), regelmatige publicaties in maandblad 'Drenthe' en lezingen op maandbijeenkomsten o.a. van prof. Dr. K. Heeroma, Harm Werners, Garriet Wilms, Hans Heytingh, Roel Reyntjes, Antoon Coolen en
dr. J. Naarding.
Het Drents Genootschap organiseerde tevens een Bibliotheekcongres en nam initiatief voor de totstandkoming van de Plattelandsbibliotheek voor Drenthe en het ereburgerschap van Assen van Anne de Vries en van Gieten voor Ben van Eysselsteijn.
Schilderkunst: het Drents Genootschap organiseerde en stimuleerde exposities, bevorderde totstandkoming van het Drents Schildersgenootschap en gaf zesmaal opdrachten aan Drentse schilders. Initiatief werd genomen voor Roessingh's ereburgerschap van Westerbork.
Muziek en zang: stimuleerde totstandkoming van rapport 'Muzikale vorming in Drenthe'
(in samenwerking met Opbouw Drenthe) en naderhand van muziekscholen, bevorderde 'Jeugd en muziek'- afdelingen in Drenthe, de dirigentenopleiding voor muzikanten en belegde muzikale avonden met Gijs Stappershoef en Louis Somer.
Film: Het Drents Genootschap nam initiatief tot vervaardiging van de Drenthe-film en adviseerde bij de totstandkoming van filmstrips over Drenthe t.b.v. het onderwijs.
Penningkunst: Op initiatief van het Drents Genootschap werden een zevental penningen geslagen (bij Koninklijke Begeer te Voorschoten):
1000 jaar Drenthe (1945)
Picardtherdenking (1947)
750 jaar Zuidlaardermarkt (1950)
prof. Dr. A. E. van Giffen (1951)
350 jaar eigen bestuur in Drenthe (1953)
100 jaar Provinciaal Museum van Drenthe (1954)
afscheid dr. H. J. Prakke als Genootschapsvoorzitter (1960)
T.a.v. de wetenschap worde nog gememoreerd stimulering van de totstandkoming van een Nedersaksisch professoraat aan de Groninger Universiteit, het Drents repertorium, organisatie van de te Assen in 1953 gehouden Academiedagen en het curatorium van de Noordelijke leergangen. Ook zou in dit verband het Genootschapsjaarboek 'De Nieuwe Drentse Almanak'waarvan in 1957 de 25e jaargang verscheen, kunnen worden genoemd.
Bijzondere vermelding verdient de door Genootschapsvoorzitter Prakke tijdens de Landdag in 1952 te Diever gehouden inleiding 'Punten voor een gewestelijk cultureel programma' met als konkrete aktiepunten o.m.; Scholingskusussen voor het amateurtoneel, in samenwerking met het CDR en met de Christelijke Reciteerverenigingen.
Bevordering van de eigen beoefening van muziek en zang.
Stuwing van de Drentse schilderkunst en vorming van een representatieve openbare verzameling daarvan.
Aanwakkering van culturele arbeid in de ruimste zin, door instelling van een culturele prijs voor Drenthe.
Cultureel grenscontact met de Graafschappers.
Oprichting van een wetenschappelijke Provinciale Bibliotheek.
Aanbrengen van schilder- en beeldhouwwerk in openbare gebouwen en op openbare plaatsen.
Voortgezette restauratie onzer middeleeuwse kerkgebouwen
Vaststelling van een provinciale lijst van cultuurhistorische monumenten, die bijzondere bescherming behoeven.
Bescherming van monumenten van oude landelijke bouwkunst, enerzijds een complex boerderijen als collectivium, bij wijze van aanzicht-bescherming: anderzijds een complete oude Saksische boerderij in bedrijf. Een en ander vanzelfsprekend met inachtneming van de belangen der betrokkenen
Bevordering van volkskunst en kunstambacht'
En als slotzin:
Werd mijn wenstlijstje onbescheiden groot? Het is toch nog zeer onvolledig. Men houde in het oog dat het uiteindelijk minder gaat om een werkprogram voor ons Genootschap, dan wel om een gewestelijk-cultureel programma voor een door teamwork machtige groepering van instanties, als in het begin aangeduid. En men houde in het oog, dat het dus niet gaat om wat high brow-liefhebberijen, maar om de levensstijl van heel een provincie'.
Intussen bleef het Genootschapsbestuur zich regelmatig bezinnen op actuele maatschappelijke ontwikkelingen en de bijzondere verantwoordelijkheid van het Genootschap daarin.
In 1955 rapporteerde een commissie (bestaande uit ir. F. H. Hiddingh, J. E. de Vrieze en J. Hollenbeek Brouwer over
'Het Drents Genootschap als Culturele Raad van Drenthe en kwam daarbij tot de conclusie dat het Drents Genootschap qua structuur en inhoudelijk functioneerde als hetgeen elders een Culturele Raad werd genoemd.
Tijdens de bestuursvergadering van 15 maart 1956 werd met algemene instemming een meer gedetailleerde omschrijving van concrete taken voor de naaste en verder toekomst opgesteld. Uiteraard werd hierbij aansluiting gezocht bij
de statutair omschreven taak terwijl voorts het Culturele Raadskarakter (nl. orgaan van overleg en advies voor gewestelijke en plaatselijke culturele aangelegenheden) nader werd geaccentueerd.
Dit werkplan, bevattende een 24-tal concrete punten,
werd opgenomen als bijlage in het jaarverslag 1956
en gepubliceerd in het maandblad 'Drenthe'
(jaargang 1956 no 4 blz 9) en de Nieuwe Drentse Volksalmanak 1958.
De te Emmen op 16 juni 1956 gehouden Landdag stond geheel in het teken van doelbewuste keus in de richting van verdere uitbouw van organisatie en apparaat van het Drents Genootschap. Een kleine bloemlezing uit destijds in de landelijke, provinciale en regionale pers terzake gepubliceerde reacties:
'Het Drents Genootschap cultureel toporgaan van Drenthe', 'Drents Genootschap op weg naar een nieuwe toekomst', 'Drents Genootschap in nieuw werkpak', 'Gelukkige uitbouw Drents Genootschap', 'Drenthe in kentering der tijden'. 'Landschap ook cultureel in stroomversnelling', 'Nieuwe Drentse levensstijl geënt op de oude', Modern geoutilleerd bureau met directeur in verschiet', 'Landdag te Emmen was cultureel gesprekscentrum'.
De belangstelling voor culturele arbeid in Drenthe bleef sterk groeien en het Drents Genootschap moest om zijn taak als representatief cultureel toporgaan op doeltreffende wijze te kunnen verrichten overgaan tot verdere uitbouw van de apparatuur om deze groeiende belangstelling te kunnen blijven stimuleren en desgewenst op te vangen.
Een hoogtepunt in het Genootschapsleven en speciaal voor voorzitter Prakke, die met volhardende voortvarendheid in die richting werkte en stimuleerde, was de op 12 juni 1957 tijdens de Beiler Landdag met algemene stemmen aanvaarde naamswijziging van 'Het Drents Genootschap mede voortzetting van de Studiekring D. H. van der Scheer' in 'Drents Genootschap, Culturele Raad voor Drenthe'. Hierdoor werd als uitgangspunt aanvaard, dat het Drents Genootschap, waarin zowel naar doelstelling als levensbeschouwelijk het gehele gewestelijk culturele leven zijn verenigingspunt heeft gevonden, als samenwerkingsorgaan representatief is voor de culturele sector in deze provincie en qua structuur en werkwijze volledig overeenstemde met in andere provincies funktionerende Culturele Raden.
De naamsverandering als zodanig betekende dan ook geenszins een ingrijpende operatie, doch het accentueren van de verantwoordelijkheid t.o.v. de provincialegemeenschap zoals deze reeds sinds de oprichting van het Drents Genootschap was aanvaard en werd beleefd.
Verheugend was dat zowel het Provinciaal Bestuur
(bij monde van Gedeputeerde J. Smallenbroek) als het bestuur van het Nationaal Overleg Gewestelijke Cultuur
(bij monde van dr. W. Verkade) voldoening uitspraken over het uitroepen van het Genootschap tot Culturele Raad voor Drenthe.
Trouwens reeds eerder had de rijksoverheid - brief d.d.
9 augustus 1956 van de Staatssecretaris van Onderwijs, kunsten en wetenschappen - laten weten, dat 'voortaan toekenning van rijkssubsidie te rekenen vanaf 1 januari 1955 zal geschieden onder erkenning van het Drents Genootschap als provinciaal orgaan voor overleg en advies op het terrein van de volksontwikkeling' en had ook de Stichting Nationaal Overleg Gewestelijke Cultuur (eveneens in 1956) laten weten, dat het Drents Genootschap zou worden beschouwd en behandeld 'als met een Culturele Raad overeenkomende instelling'.
Hiermee was de inzet van het Genootschapswerk in voorgaande jaren (nl. strijd voor erkenning als Culturele Raad) volledig bekroond en werd aan het inmiddels 10-jarige Drents Genootschap recht gedaan.
Vermeldenswaard in dit verband zijn ook nog enkele zinsneden uit de toespraak van dr. R. Voorhoeve, als vertegenwoordiger van de Staatssecretaris van Onderwijs, kunsten en wetenschappen tijdens de 7 juni 1968 te Assen gehouden Landdag. 'De sfeer, die ik vandaag in uw midden heb aangetroffen, was buitengewoon prettig: de wijze waarop U met elkaar zaken bespreekt werkt in hoge mate inspirerend. Uw idealisme verwordt niet tot illusionisme omdat zij is gebaseerd op de realiteit: uw werkelijkheidszin verleidt U
er niet toe een kruimelpolitiek van dag tot dag uit te voeren, omdat U al werkend uw idealisme realiseert.
Deze confrontatie is in hoge mate vatbaar gebleken en heeft in vele opzichten voorbeeldig gewerkt. Ik wens U daarmee van harte geluk'.
Als belangrijkste caesuur in de Genootschapsgeschiedenis tijdens de periode van voorzitter Prakke dient ook te worden vermeld de benoeming van drs. J. G. van der Bend tot directeur van het Drents Genootschap per oktober 1957 en het kort nadien betrekken van een eigen Bureau in het pand Kloosterstraat 3 te Assen.
In 1960 plaatste dr. H. J. Prakke de Genootschapskring voor de verrassing, dat hij in verband met het bereiken van de 60-jarige leeftijd (26 april) had besloten het voorzitterschap van het Drents Genootschap tijdens de te Assen op 11 juni te houden Landdag neer te leggen.
Het Genootschapsbestuur meende dat beide feiten aanleiding waren te laten blijken hoezeer de gedurende een reeks van jaren door voorzitter Prakke gegeven leiding door het georganiseerd cultureel leven in Drenthe werd gewaardeerd. Trouwens, dat ook buiten de directe Genootschapskring hierop werd aangedrongen moge blijken uit de brief van
Jan Fabricius vanuit Broadstone.
26 April werd door het Drents Genootschap in 'Bellevue'
te Assen aan dr. H. J. Prakke een receptie aangeboden en kwamen honderden vrienden gelukwensen aanbieden.
Vice-voorzitter dr. J. Naarding vertolkte als eerste de gedachten, die t.o.v. de jubilaris leefden, terwijl voorts het woord werd gevoerd door Th. Brouwer (loco-burgemeester van Assen), Jan Fabricius (Het Kanaal overgestoken)
prof. Dr. I. W. G. Scholten (voorzitter Radioraad), Jan Ubink (voorzitter Gronings Drentse journalistenkring),
en dr. Frientann (Regierungsprasident van Osnabruck).
Als blijken blijk van waardering en herinnering werd een door de N. V. Koninklijke Begeer vervaardigde Prakke-Penning
( beeldhouwer Pol Dom) aangeboden.
De bijbehorende oorkonde vermeldt zeer vele namen van de Genootschapskring (zowel leden-organisaties als persoonlijke leden) en andere Prakke-vrienden (o.a. dr. W. Drees, prof. mr. P. S. Gerbrandy, mr. J. A. Jonkman, Jan Fabricius, prof. dr. L. W. G. Scholten, prof. mr. P. Borst, dr. J. L. Linthorst Homan, Antoon Coolen, prof. Dr. P. J. Bouman, prof. dr. Sj. Groenman, mr. W. A. Offerhuis, ir. J. H. Ridder de van der Schueren,
mr. H. P. Linthorst Homan, prof. dr. W. H. P. Smit en prof.
dr. P. Smits).
Overtuigend bleek hier opnieuw welk een belangrijke plaats in hoofd en hart van velen dr. H. J. Prakke inneemt.
Vanzelfsprekend werd ook mevrouw F. Prakke-Cruiger volledig en van harte in het eerbetoon betrokken.
Ook aan haar is het Drents Genootschap bijzonder veel verschuldigd. Herhaaldelijk bleek zij bereid op kritieke momenten te adviseren; ook bij de organisatie van bijzondere bijeenkomsten (o.a. Drentse servetjes!) was haar aandeel zeer succesvol.
Op de Landdag van 11 juni 1960 nam dr. H. J. Prakke als voorzitter afscheid en werd hem het erelidmaatschap aangeboden. Mr. J. Cramer, Commissaris der Koningin,
reikte dr. H. J. Prakke namens het Provinciaal Bestuur als waardering voor de vele en grote culturele verdiensten de Culturele Prijs Drenthe uit.
In een uitvoerige rede motiveerde mr. Cramer deze toekenning en merkte hierbij o.m. op:
'U hebt bijgedragen tot een betere kennis en beter begrip voor de wordingsgeschiedenis van Drenthe en belangrijk vormgevend werk verricht voor Drenthe's culturele toekomst.
Uw talrijke initiatieven hebben bevruchtend en stimulerend gewerkt op de activiteit van het Drents Genootschap als culturele organisatie. Door cultuur te scheppen, hebt U een vacuum opgevuld. Dat de overheid niet kon wegnemen, U steeds daarbij leidende door de grondbeginselen van geestelijke vrijheid en eerbied voor de menselijke persoonlijkheid'.
Mr. L. B. van Ommen, vertegenwoordiger van de Staatssecretaris voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, feliciteerde dr. H. J. Prakke als eerste met de hem verleende onderscheiding en wees hierbij op diens belangrijk aandeel in de nationale cultuur, o.m. blijkend uit het lidmaatschap van de Raad voor de Kunst en Radioraad.
Dr. J. Naarding, die zojuist de voorzittershamer had overgenomen, wees erop dat ook de genootschapskring het als een bijzondere onderscheiding ervoer dat de afgetreden voorzitter de Culturele Prijs is toegekend.
En daarmee was een eind gekomen aan de directie verantwoordelijkheid van prof. dr. H. J. Prakke voor de verdere ontwikkeling van het Drents Genootschap, Culturele Raad voor Drenthe.
Evenwel, ook bij uiteengaande wegen, bleef de gedurende een reeks van jaren met het Drents Genootschap gesmede band hecht.
Henk, heel veel dank ook en vooral voor de jarenlang gegeven persoonlijke vriendschap en vaak tot in nachtelijke uren (vroeg of laat?) ondervonden intensieve samenwerking.
Mijn vrouw en ik zullen de band tussen 'De Prakkehof' Meppen) en Parkstraat 18 (Assen) als een onderscheiding blijven ervaren.
Moge God ook in de verdere toekomst Zijn nabijheid
doen ervaren.