'Kiek is', zo hef Jan Naarding 't zegd,
'langs 't ende weg da'j of hebt legd
kuur is langs 't ofgelegde speur.
Richt dan je weg de toekomst deur.'




De fundamenten van Drenthe liggen al in de prehistorie, toen mensen hun bestaan vorm probeerden te geven; daar begint in feite de Drentse identiteit. Drenthe is derhalve oeroud met een boeiende geschiedenis en beschaving.
En tegelijkertijd ook: verrassend jong.
Een gewest dus met toekomst én perspectief.
De eigen Drentse identiteit is gevormd door materiële en immateriële zaken, die vorige generaties (autochtonen én allochtonen!) hebben nagelaten.
Het gaat dan om archeologie, landschap, monumenten, archieven, museale objecten en vooral ook om regionale geschiedenis, streektaal en traditionele volkscultuur. Die identiteit en waarden dienen te worden ontwikkeld, instandgehouden en toegankelijk gemaakt.

Met name sinds de 50er jaren van de vorige eeuw ontwikkelde Drenthe zich tot een welvarend gewest vol dynamiek.
De sociaal-culturele ontwikkeling en vernieuwing werd daarbij als voorwaarde gezien voor economische ontwikkeling èn een gezonde evenwichtige samenleving.
In de omvorming van Drenthe van een overwegend agrarische provincie naar een pluriforme samenleving hebben culturele en maatschappelijke instellingen, stands- en vakorganisaties, vrouwenorganisaties en overheden (provincies, gemeenten en rijk) steeds een voorbeeldfunctie vervuld.
Noodzakelijk daarbij, is een sterk particulier initiatief, gesteund door een actieve achterban, dat in staat en bereid is flexibel in te spelen op snelle veranderingen.  Dat onderstreept ook de noodzaak van een welzijns- én cultuurbeleid, waarin creatieve vermogens van mensen ontwikkeld en ondersteund worden.
Dit beleid moet worden gezien als dé hoeksteen voor het totale beleid. Immers daarin ligt dé sleutel tot gelijkwaardiger verdeling van kennis, inkomen en macht en bevordering van kansen en participatie van iedereen.
Ik trek de conclusie, dat inzet van (ook financiële) middelen voor welzijn en cultuur steeds diepte-investeringen zijn; immers steeds gericht op mensen, vergroting van hun keuzemogelijkheden én op versterking van hun geestelijke én maatschappelijke weerbaarheid. En die verdienen de hoogste prioriteit!!

In cultuur (levensstijl van de samenleving à la Professor dr. P.J. Bouman!) openbaart zich het wezen van de mens. Cultuur is wat met elkaar is opgebouwd (vroeger en nu!) in eigen woongebied en uit zich vooral in religie, taal, historie en traditionele volkscultuur.
Drentse cultuur is: wat mensen toevoegen aan wat er al was.
In die opvatting van cultuurbeleid heeft regionale cultuur niet alleen verleden, maar vooral ook toekomst!
Bij die identiteitsontwikkeling verdient de streekcultuur- èn historie bijzondere aandacht. Immers zij vormen de levensbron van de gewestelijke cultuur en zijn draagsters en zingeefsters van de Drentse samenleving!

Streekcultuur, en zeker het Drents, dient een wezenlijk onderdeel van het provinciaal beleid uit te maken. Ik zou dan ook met klem willen bepleiten, dat bij de eerstkomende verkiezingen voor gemeenteraden (2006) en Provinciale Staten (2007) politieke partijen in hun idealen en ideeën  en in hun programma's hoge prioriteit toekennen aan streekcultuur (taal en geschiedenis).
En dan niet alleen via platonische liefdesverklaringen maar ook door substantiële subsidies gestalte te geven.
De rechtvaardiging ligt in het feit, dat nog steeds de helft van de Drentse bevolking de eigen Drentse taal gebruikt en ook dat zeker 80 procent één van de 6 varianten daarvan beheerst.
Het ambitie én aspiratieniveau van de overheden zou m.i. (opnieuw) aanmerkelijk op dat terrein moeten worden verhoogd en zeker ook dat van de provincie Drenthe.
Voor de provinciale infrastructuur is die impuls dringend noodzakelijk. Daarbij zou als uitgangspunt en leidraad kunnen zijn, hetgeen de cultuurfilosoof Huizinga jaren geleden reeds bepleitte:
'Cultuur vereist evenwicht van geestelijke én stoffelijke waarden!'

De thans jubilerende stichting Het Drentse Boek heeft vanaf 1980 baanbrekend werk verricht op het gebied van streektaal en -historie in en voor Drenthe. Zij heeft gedurende 25 jaar een essentiële verbinding tot stand gebracht tussen schrijvers én lezers en heeft daarin, als sterke schakel, kunnen verkeren - tussen drukkers, uitgevers, boekhandels en bibliotheken.
Geconstateerd kan ook worden, dat zij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de promotie en integratie van de Drentse taal en streekcultuur. Heel vaak ook in loyale en royale samenwerking met andere vitale componenten in het streekcultuur-krachtenveld van Drenthe zoals Oeze Volk, Drentse Taol, Roet, de Drentse Historische Vereniging en de Provinciale Bibliotheek Centrale Drenthe.
Die grote verdiensten van Het Drentse Boek werden dan ook in 1997 publiekelijk terecht gehonoreerd met de toekenning van de Culturele Prijs van Drenthe; Brede vreugde en instemming bleek daarbij overtuigend!
Gaarne memoreer ik ter ondersteuning van bovenstaande nog hetgeen Prins Bernhard bij de uitreiking van de Zilveren Anjer aan een tweetal Drentse taalcoryfeeën (Gerrit Kuipers in 1978 en Marga Kool in 1985) onder meer opmerkte tijdens feestelijke arrangementen in het Koninklijk Paleis te Amsterdam: 'Lezingen en publicaties over taal, geschiedenis en volkscultuur bieden niet alleen documentatie maar ook inspiratie'.
En: 'Eigen taal en cultuur kunnen de identiteit versterken. Herleving van de streektaal is geen nostalgie maar emancipatie'.
De Drentse samenleving is veel dank, waardering en respect verschuldigd aan de energieke initiatiefnemers voor Het Drentse Boek in 1980, te weten: Marga Kool, Albert Haar en Jan Nefkens. Sindsdien hebben steeds weer bekwame bestuurders en toegewijde medewerkers, met name Hermien Haar en Henny Metselaar, Het Drentse Boek geleid en begeleid. Voorts hebben veel talentvolle schrijvers en ook veel vrijwilligers, donateurs, uitgevers, drukkers, boekhandelaren én bibliotheken aan talloze kwaliteitsproducten van Het Drentse Boek gestalte gegeven. Tienduizenden lezers in en buiten Drenthe, hebben daarvan kunnen profiteren en daarin vreugde en voldoening kunnen vinden. Hulde én bewondering!!
Uiteraard is de toekomst nog belangrijker dan het verleden. Ik zie die met hoopvolle spanning en veel vertrouwen tegemoet. Het ga alle betrokkenen in de naaste én verdere toekomst zeer wel. Ik brede kring wordt  op u allen gerekend!
Jan Hollenbeek Brouwer:
Cultuur verbindt verleden,
heden en toekomst
Uit: Een Drents Dreumgedicht, bij Harm Tiesing's honderdste geboortedag, door Hans Heijting (Maart 1953).
Ter gelegenheid van de Drentse Boekenweek
in november 2005 werd
(onder verantwoordelijkheid van de stichtingen Drentse Taol en
Het Drentse Boek) een Drentse Boekenkrant uitgebracht.
Op verzoek van de redactie schreef Jan Hollenbeek Brouwer bijgaand artikel voor deze, in magazine-vorm gepubliceerde, krant.
Het artikel van Jan Hollenbeek Brouwer richt zich (op verzoek van de redactie) met name
op het 25-jarig jubileum van
de stichting Het Drentse Boek dat in 2005 werd gevierd.
Hollenbeek Brouwer speelde
kort na de oprichting (als provinciaal bestuurder) een belangrijke rol bij het toekennen van structurele subsidie aan de nieuwe stichting. In bijgaand artikel onderstreept hij onder meer het belang van een evenwichtig en voortvarend regionaal cultuurbeleid.