In de jaren vijftig werd het uitzendgebied groter toen ook de bevolking van de provincies Overijssel en Gelderland vanuit Groningen bediend moest worden. De RON werd daarvoor omgedoopt tot Regionale Omroep Noord en Oost (RONO).
Jarenlang was de RONO-studio in de stad Groningen dus de centrale plek van waaruit (ook) de bevolking van Drenthe werd bediend. Dat gebeurde deels via uitzendingen in de streektaal.
Jan Hollenbeek Brouwer was van 1955 tot 1973 nauw betrokken bij Het Drents Genootschap in Assen. Dit genootschap was in 1947 voortgekomen uit de in 1941 door Henk Prakke (later bekend als professor Prakke) opgerichte Drentse Studiekring D. H. van der Scheer.'
In 1959 schreef Hollenbeek Brouwer een beleidsnota voor Het Drents Genootschap.
Daarin stelde hij onder meer vast dat de betekenis van radio en televisie voor een locale samenleving groot kan zijn. Hij was toen al een uitgesproken voorstander van uitbreiding van de zendtijd voor Drenthe. Naast het Grunneger Ketaier, dat er al zo ongeveer vanaf het begin was, was er een Fries halfuur gekomen. En in het voorjaar van 1946 kreeg ook Drenthe een eigen Drents kwartier dat in de beginperiode slechts twee keer per maand werd uitgezonden.
In dit programma werden allerlei Drentse onderwerpen aan de orde gesteld.
Het Drents Genootschap liet, op aandringen van algemeen secretaris Jan Hollenbeek Brouwer een radio-adviescommissie instellen. Deze commissie moest er voor zorgen dat de zendtijd voor de provincie Drenthe uitgebreid zou worden. In 1949 kregen Hollenbeek Brouwer en de zijnen hun zin.
Doordat het Drents Programma van de RONO in 1957 de culturele prijs van de provincie Drenthe had gekregen (Jan Hollenbeek Brouwer had zich er persoonlijk sterk voor gemaakt) werd de lobby voor 'een eigen omroep' vanuit Drenthe alleen maar krachtiger.
De roep om zelfstandige provinciale omroeporganisaties klonk ook vanuit andere provincies. Dat leidde er uiteindelijk toe dat de RONO werd omgedoopt in Radio Noord.
Deze organisatie maakte vervolgens alleen nog programma's voor de provincies Groningen en Drenthe. In de overige provincies had men zelfstandige omroep-organisaties voor zichzelf in de wacht weten te slepen. Vanaf 1970 (tot 1987) was Jan Hollenbeek Brouwer lid van het College van Gedeputeerde Staten van Drenthe. Ook vanuit die positie stond hij pal voor een zelfstandige Drentse omroeporganisatie.
Lukas Koops: 'In de jaren '70 werd de wens om te komen tot een zelfstandige regionale omroep voor de provincie Drenthe steeds sterker. Als reactie op de medianota van minister Van Doorn van WVC drong het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe (in maart 1975) aan op één zelfstandige omroep per provincie.'
Radio Noord zou gesplitst moeten worden. Gedacht werd aan twee nieuwe zelfstandige omroep-organisaties: Radio Groningen en Radio Drenthe'.
'Dit standpunt werd ook meteen aanleiding tot een stevige aanvaring tussen de provinciale besturen van Groningen en Drenthe. De Groninger gedeputeerde Halbe Kuipers verweet Drenthe namelijk eigenmachtig optreden omdat het Drentse standpunt niet was ingebracht in het noordelijke interprovinciale overleg. Volgens Kuipers hadden hij en zijn collega's uit Friesland en Drenthe de afspraak dat men gezamenlijk een standpunt in zou nemen met betrekking tot de medianota.
De Drentse gedeputeerde Jan Hollenbeek Brouwer vond het verhaal van Kuipers maar onzin: 'Onjuist, incorrect en grievend. Groningen hoeft ons niet voor te schrijven hoe we bestuurlijk moeten handelen. De tijd dat er veel schapen in Drenthe waren is voorgoed voorbij.'
Volgens de gedeputeerde was men in Groningen al veel eerder op eigen houtje bezig de minister te benaderen in het streven een eigen onafhankelijke Groninger omroep te willen realiseren los van de NOS. En Friesland had dit in 1968 al gedaan. Ook daar wilde men zelfstandigheid.
Ondertussen had het Drents Programma van Radio Noord (in april 1975) wel al een eigen kantoor aan de Kloosterstraat in Assen gekregen. Hier maakten Hitjo Schuth en Geesje Been in het vervolg hun Drents Programma.
'Voor de techniek bleven ze aangewezen op Groningen, waar ze ook nog kantoorruimte tot hun beschikking hadden. Jan Hollenbeek Brouwer werkte graag mee aan de totstandkoming van een Drentse omroepdependance in Assen, omdat hij het gevoel had dat dat een belangrijke stap zou kunnen zijn naar verdere verzelfstandiging'.
'In het bestuursprogramma van de statenperiode 1982-1986 werd de volgende tekst opgenomen: 'Het ontstaan van Omroep Drenthe wordt bevorderd. De uitzendingen daarvan dienen te geschieden onder verantwoordelijkheid van een pluriforme programmaraad waarin de invloed van de Drentse burgers tot uiting komt'.
(
)
'In een brief van 31 mei 1985 meldt de toenmalige minister van WVC Brinkman aan Gedeputeerde Staten van Drenthe dat het kabinet er naar streefde om ruimte te bieden aan de regionale omroep waarbij het de voorkeur geeft aan één regionale omroep per provincie, te verzorgen door een representatieve instelling. De minister noemde deze omroepvoorziening provinciaal om aan te geven dat men op het bestuurlijke niveau van de provincie medeverantwoordelijk zou zijn voor zo'n regionale omroep en ook om onderscheid te maken met de lokale omroepen'.
(
.)
'Ondertussen benaderde de Programmaraad van Radio Noord Gedeputeerde Staten van Drenthe met de schriftelijke mededeling dat de raad voorbereidingen trof voor een verzelfstandiging van Radio Noord. Uit de brief van 15 juni 1985 bleek dat men al bezig was met statuten en de vorming van een algemeen bestuur. Ook werd duidelijk dat men uitging van een zich over twee provincies uitstrekkend zendgebied.
(
)
'Enige tijd daarna, het was inmiddels eind oktober '85, presenteerde Jur Stavast, voorzitter van de programmaraad van Radio Noord, het plan van die Programmaraad voor de toekomst van de regionale omroep in Groningen en Drenthe. Beide provincies zouden elk hun eigen omroep krijgen, een formele splitsing dus met eigen besturen en programmaraden, maar zouden tegelijkertijd veel zaken met elkaar delen. In Groningen zou de directie gevoerd worden, er zou een gezamenlijke administratie zijn, één facilitaire voorziening en er zouden gezamenlijke programma's voor het hele gebied van Groningen en Drenthe gemaakt worden, naast eigen provinciale programma's. Het kwam er op neer dat Drenthe een beetje zijn zin zou krijgen, maar dat het omroepbolwerk in Groningen in stand zou worden gehouden. Stavast wilde niet spreken van een compromis, omdat de Programmaraad unaniem was geweest bij de standpuntbepaling. Ook de Drenten in de raad waren dus voor het plan.
Wim Ramaker, directeur van Radio Noord, was enthousiast. Hij had het over 'een ingenieus plan' en 'een ideale situatie'.
Jan Hollenbeek Brouwer noemde het resultaat van het denkwerk van de Programmaraad 'veel minder dan een compromis' en stelde dat de mogelijkheden die de wet bood bij lange na niet waren uitgebuit'.
(
.)
Op 2 november 1985 nam de Drentse Schrieverskring tijdens een vergadering een motie aan met daarin het standpunt dat de tijd rijp was voor een zelfstandige Omroep Drenthe.
Drenthe zou volgens de opstellers van de motie de kans op een zelfstandige omroep voorbij laten gaan als met het voorstel van de Programmaraad zou accepteren. Er werd in de motie een dringend beroep gedaan op Provinciale Staten van Drenthe om de plannen van de Programmaraad af te wijzen en om te besluiten zo snel mogelijk een volkomen zelfstandige omroep voor Drenthe te realiseren.
(
.)
'Tijdens de behandeling van de begroting voor 1986 kwam het onderwerp aan de orde.
CDA-fractievoorzitter Jur Stavast pleitte bij die gelegenheid namens de CDA-fractie voor de voorstellen van de Programmaraad van Radio Noord. De Programmaraad waarvan hij op dat moment zelf voorzitter was.
(
.)
'Volgens DGP-verslaggever Henk Hup reageerde Jan Hollenbeek Brouwer met ergernis en weerzin op de plannen van Stavast. 'We begaan een historische vergissing als we de kans om tot een volwaardige zelfstandige omroep Radio Drenthe te komen nu niet volledig benutten', zei Jan Hollenbeek Brouwer in de bewuste statenvergadering. 'Ik hoop dat de Provinciale Staten eensgezind achter dit streven gaan staan. We hebben zeker geen behoefte aan een surrogaat zelfstandige Radio Drenthe of aan een geamputeerde Radio Drenthe'.
Hollenbeek Brouwer zorgde er vervolgens voor dat GS een collegevoorstel aan provinciale
Staten voorlegde. Dat voorstel werd in dezelfde begrotingsvergadering van 4 november 1985 aangenomen. Er zou volgens het college op korte termijn een initiatiefgroep in het leven worden geroepen voor de totstandkoming van een zelfstandige omroep in de provincie Drenthe. Ook de CDA-fractie schaarde zich uiteindelijk achter de eigen gedeputeerde en trok het fractievoorstel terug.'
(
.)
'Dat instellen van die initiatiefgroep was (volgens Albert Haar - indertijd volmacht van de Drentse Schrieverskring) politiek gezien slim van Hollenbeek Brouwer, de verantwoordelijke gedeputeerde. Hij wilde zijn collega-gedeputeerden natuurlijk niet voor het blok zetten en stelde dus eerst een commissie in die met een inhoudelijk verhaal moest komen.
De samenstelling van die commissie was echter zodanig dat op voorhand duidelijk was wat de uitkomst zou zijn. Jan Hollenbeek Brouwer was in die tijd binnen het provinciaal bestuur een man met groot gezag. '
De gedeputeerde nu over die initiatiefgroep:
'Ik ben vóór de benoeming bij de leden thuis op bezoek geweest en heb toen tegen ze gezegd dat ze niet in aanmerking zouden komen om zitting te nemen in de initiatiefgroep als ze nog vraagtekens zouden plaatsen bij nut en noodzaak van een zelfstandige omroep. Ik vond dat ik niet duidelijk genoeg kon zijn over wat de bedoeling was'.
Eind december 1985 nam GS formeel het besluit tot instelling van een initiatiefgroep Omroep Drenthe en op 13 februari 1986 kon gedeputeerde Jan Hollenbeek Brouwer de initiatiefgroep installeren.
(
.)
Uit de woorden die hij bij die gelegenheid sprak blijkt dat hij de gevoeligheid van de materie kende: 'Het gaat hier echter niet alleen om een moeilijk karwei dat bovendien onder tijdsdruk moet worden verricht. Het gaat hier ook om zeer vertrouwelijk werk. U zult ongetwijfeld weet hebben van het bestaan van Radio Noord, van de mening van deze omroepinstelling over splitsing in een omroep voor Groningen en een voor Drenthe en misschien zelfs wel weet hebben van de mening van het College van Gedeputeerde Staten van Groningen hierover. Tegen die achtergrond zijn initiatieven in Drenthe op het gebied van regionale omroep 'hot news', zowel binnen onze provinciegrenzen als daarbuiten. Het lijkt mij dan ook voor een rustige gedachtenwisseling in uw initiatiefgroep én voor de zaak zélf van het grootste belang, dat u uw aandacht uitsluitend richt op elkáár, binnen de vergaderingen van uw initiatiefgroep en op het onderwerp waarover u dient te adviseren: een volledige en volwaardige Omroep Drenthe.'
(
.)
Wat de vorming van een zelfstandige Drentse omroep niet gemakkelijker maakte was dat in 1985 Wim Ramaker in Groningen de touwtjes in handen had gekregen als opvolger van Swier Broekema. Bestuurders en andere betrokkenen in die tijd zeiden dat hij naar Groningen was gehaald om orde op zaken te stellen.
(
.)
Ramaker was sterk gekant tegen een zelfstandige Drentse omroep. In september 1985 had de Drentse Schrieverskring een bijeenkomst georganiseerd over de regionale omroep waarbij ook verschillende Drentse politici en vertegenwoordigers van Radio Noord aanwezig waren.
Voorzitter Gerard Nijenhuis en de andere Drentse schrijvers wilden zo snel mogelijk een eigen regionale omroep voor Drenthe om daarmee 'de cultuur in het eigen gewest andacht te geven en bijdraogen te leveren dizze veuruut te helpen'.
Gerard Nijenhuis herinnert zich dat het een bijzondere vergadering was. 'Ik ben gedurende vele jaren geregeld Jan Hollenbeek Brouwer tegengekomen, maar ik heb hem nog nooit zo kwaad gezien als toen. Hij schoot geweldig uit zijn slof.
Wim Ramaker was helemaal op Groningen gericht en daar kon Hollenbeek Brouwer absoluut niet tegen.
(
.)
In een artikel in de Drentsche en Asser Courant van 13 september 1985 geeft Ramaker zijn mening over de opstelling van de Drentse Schrieverskring als volgt:
'Het stichten van een zelfstandige radio-omroep voor Drenthe zal een geweldige verarming betekenen op verschillende terreinen. Er zal zonder meer sprake zijn van verspilling van geld en mogelijkheden en de bevolking van Drenthe en Groningen zal van elkaar vervreemden. Mensen die zich sterk maken voor een Drentse radio-omroeporganisatie weten op zijn zachts gezegd niet waar ze over praten. Ik heb de indruk dat sommige voorstanders niet eerlijk bezig zijn en bewust de feiten verdraaien of verzwijgen. De kennis over wat wel of niet mogelijk is, is schrikbarend gering. Daardoor is het blijkbaar mogelijk dat een kleine groep actievoerders de publieke opinie weet te bespelen en eventueel klaarspeelt dat Radio Noord een speelbal wordt van de politiek. Ik ben slechts twee weken in functie bij Radio Noord en ik kan nu al zeggen dat ik mijn uiterste best zal doen om de vorming van een Radio Drenthe te voorkomen. Wel garandeer ik de bevolking van Drenthe dat binnen een jaar de Drentse cultuur en taal een belangrijke plaats zullen innemen binnen de programmering van Radio Noord'.
(
.)
'Als we een zelfstandige Radio Drenthe zouden krijgen naast een zelfstandige Radio Groningen dan zouden beide organisaties gigantische extra bedragen nodig hebben naast de bedragen die de provincie en de regering beschikbaar zullen stellen als ze tenminste blijven opereren op de manier waarop de regionale omroep op het ogenblik functioneert.
Ik ben van mening dat afzonderlijke omroeporganisaties niet betaalbaar zullen zijn en dat het programma-aanbod sterk zal verschralen'.
(
.)
De Drentse gedeputeerde Jan Hollenbeek Brouwer reageerde furieus: 'Die man heeft nog met geen vijf Drenten en zes Groningers gesproken. Hij zit hier nog maar twee weken en hij weet het allemaal al precies. Bangmakerij met geld is uit de tijd; dit had ik niet verwacht. Op dit niveau wil ik hier niet over praten.' De gedeputeerde liet verder nog weten onverminderd te zullen blijven streven naar een eigen Drentse omroep, dit in overeenstemming met het beleidsprogramma van de provincie. Even later, dat was op 27 september 1985, tijdens de afscheidsreceptie van Swier Broekema, waar tevens kennis kon worden gemaakt met zijn opvolger Wim Ramaker, bood Hollenbeek Brouwer Ramaker een herdruk van het Drentse landrecht in boekvorm aan. Hij zei daarbij onder meer het volgende: 'Ramaker volgt Broekema op. In de korte tijd van zijn aanwezigheid in het Noorden heeft hij al een grote betrokkenheid bij Radio Noord aan de dag gelegd en dat terwijl het toch niet gemakkelijk zal zijn om de situatie bij Radio Noord zelf en de gevoelens in het zendgebied, de provincies Groningen en Drenthe, te leren kennen. Dit overdenkende, meneer Ramaker, heb ik bedacht dat dit kleine geschenk aan u, aan het begin van uw carrière, goed van pas kan komen.
Het is een facsimile herdruk van het landrecht van Drenthe van 1712, uitgegeven door, nota bene, de Drentse drukker Jan van Buren Lensink te Meppel. Dit is het landrecht in zijn laatste versie, het wetboek van de landschap Drenthe, waarin opgenomen het toen geldende burgerlijk- en strafrecht. Pas in 1809 werd het vervangen door een wetboek dat gold voor het koninkrijk Holland. Ieder gewest en gebied, dat toen overeenkwam met de huidige provincies, had zo'n landrecht. Het landrecht van Drenthe is al heel oud. De eerste optekening ervan die ons is opgeleverd, dateert uit 1412. En dat was een uniek landrecht: het werd opgesteld in overleg tussen de Drenten en hun landsheer, toendertijd de bisschop van Utrecht; andere gewesten kregen het landrecht gewoon opgelegd. In de eerste versie van het Drentse landrecht van 1412, blijkt al uit het eerste artikel, hoe de verhoudingen hier in Drenthe lagen: iedere bestuurslaag (het land, het dingspil, het kerspel en de buurtschap) behield de vrijheid om over eigen zaken te mogen beslissen, onafhankelijk van de landsheer.
Meneer Ramaker, met deze korte historische schets heb ik u slechts een indruk willen geven van de plaats van de provincie Drenthe in Nederland'.
De Drenten die op deze bijeenkomst aanwezig waren zullen genoten hebben. De toon was gezet. En hoe! Als ze in Groningen strijd wilden dan konden ze die krijgen. Ramaker bereikte met zijn stellingname dat het streven naar een eigen omroep in Drenthe alleen maar sterker werd. Met name Jan Hollenbeek Brouwer had al vroeg in de gaten dat het beleid van Wim Ramaker wel eens hele goeie openingen zou kunnen bieden naar een zelfstandige Drentse omroep.
(
.)