Toch is het jammer dat met die ontwikkeling in de richting van grootschalige productie de invloed van een kleine provincie als Drenthe geringer wordt.
Ja, onze invloed in het EGD en de IJsselcentrale was al beperkt, maar zal in het kader van de EPON (Electriciteits-produktiemaatschappij Oost-Nederland), waarin ook
het Provinciale Elektriciteitsbedrijf Friesland en de Provinciale Gelderse Elektriciteitsmaatschappij opgaan,
nog kleiner zijn.
Daarmee komt er dus ook minder controle vanuit deze provincie op de energiedragers die worden ingezet.
Inderdaad, en dan denk ik niet alleen aan opwekking met fossiele brandstoffen, maar ook aan kernenergie.
Het is wat die kernenergie betreft spijtig dat de Brede Maatschappelijke Discussie niet tot een eenduidige conclusie heeft kunnen leiden. Inmiddels is wel gebleken dat het probleem van de kernenergie met veel behoedzaamheid moet worden benaderd.
Een tragische ramp als in Tsjernobyl is - helaas - indringender dan de BMD en heeft meer uitwerking in de politieke besluitvorming. Niet altijd op grond van de meest rationele argumenten, maar dat hoeft ook niet.
Emoties mogen en moeten in de politieke besluitvorming een belangrijke, zij het niet doorslaggevende rol spelen. Het is daarom, juist vanwege die emoties, niet verwonderlijk dat er bij gemeentebesturen in Drenthe,
maar ook bij het provinciaal bestuur, sterke weerstanden bestaan tegen proefboringen ten behoeve van opslag van aardgas in zoutkoepels, die dan, zo vreest men, ook zouden kunnen worden gebruikt voor de opslag van
radio-actief afval.
Schaalvergroting in de productiesector, maar daarnaast ook in de sfeer van de distributie, met het streven naar een of twee horizontaal geïntegreerde distributiebedrijven voor de provincie Drenthe. Er is in het begin van dat proces nogal wat gegoocheld met minimale, maximale en optimale aantallen aansluitingen. Hoe staat het met die ontwikkeling?
Ik ben in ieder geval blij dat in het nieuwe bestuursprogramma het streven naar één of meer - en wat mij betreft zullen dat er dan niet meer dan twee zijn -horizontaal geïntegreerde bedrijven, dat wil zeggen voor gas- en elektriciteitsdistributie, overeind is blijven staan. De eensgezinde opstelling in de staten is dus niet doorbroken. Als zoiets tot stand komt,
zal ik daar gelukkig mee zijn. Al was het alleen maar om
een eind te maken aan de vrij chaotische structuur van de energiedistributie in Drenthe, met consessiegrenzen die soms dwars door gemeenten heen lopen en die zowel voor de gas- als de elektriciteitsdistributie provincieoverschrijdend zijn. Maar ook hierbij moeten we ons realiseren dat
ten aanzien van de elektriciteitsdistributie de hoofdverantwoordelijkheid buiten Drenthe ligt, namelijk in Groningen en Overijssel, vanwege de zeggenschapsverhoudingen in EGD- en IJC-verband.
Na de herstructurering in de productiesector zullen deze bedrijven zich met de distributie en de kleinschalige opwekking bezig gaan houden. Het is wel verheugend dat
de gasbedrijven, mede naar aanleiding van de eensgezinde opstelling in de staten, proberen in Drenthe een vergaande vorm van samenwerking te bewerkstelligen. Dat is een aansporing om de hoofdoptie, een horizontaal geïntegreerd bedrijf voor de hele provincie Drenthe te handhaven.
Samenwerking, het lijkt een sleutelwoord in de rol die het provinciaal bestuur speelt. Soms is het stimuleren van samenwerking echter een moeilijk proces, zoals in het bibliotheekwerk.
Daar is het proces in de richting van samenwerking in het laatste jaar wel in een stroomversnelling gekomen. Overigens is de bereidheid tot samenwerking bij alle partners, dus zowel de PBC als de zelfstandige bibliotheken en hun gemeentebesturen, inmiddels wel gebleken.
Ik voorzie dat er voor de langere termijn geen andere wegen openstaan dan samenwerking. Maar - en dat geldt niet alleen op dit terrein - als je iets niet wilt, kun je nogal wat redenen bedenken waarom het dan ook niet moet. Het mensdom is hierin zeer intelligent.