Interview door Sjouke B. Dekker in het Maandblad Drenthe - mei 1987 (Jaargang 58 - nummer 4.
Onderkoning van Drenthe. Waarnemend Commissaris der Koningin. Jan Hollenbeek Brouwer. Superdonateur van 'Het Drents Genootschap'(Culturele Raad voor Drenthe). Het adres bleef al die jaren Parkstraat 18 Assen, alleen
(de plaats van) het ing. muteerde op zijn aanwijzingen: erachter, ervoor en eraf.
Hollenbeek Brouwer - Het Drents Genootschap, een wederzijdse haat-liefde verhouding, sinds hij gedeputeerde werd. Interview, maar ook deels exercitie. De liefde blijkt de sterkste.
Als gedeputeerde in portefuille: bestuurlijke aangelegenheden, voorlichting, beleidsplanning, energie, emancipatie, samenlevingsopbouw en culturele zaken. Stal de show met meer dan orgelcultuur. Voorliefde, -stander en -vechter voor regionale cultuur.
Hielp dit terrein in het beleidssadel. Maakte daarmee duidelijk dat er meer (mogelijk) is dan een avondje broekpiesend achter de kraantjespotten over grappen en grollen in het Drents. Veel waardering is zijn deel.
Oeze Volk (be-)noemde hem (tot) Beschermheer van de Streekcultuur. Het wachten is op Rome.
Met gezag bekleed. Uiteindelijk van Hogerhand. Past hem als een tweede huid. Desondanks, of daarom (?) vormelijk.
Toch geen schriever, maar een bliever. Geboren, getogen en gebleven Drent. Verbindingsofficier tussen het nu en oude mensen-en-dingen-die-voorbijgaan.
Spin in het web.
Via de circuits van landbouw, maatschappelijk werk en cultuur in de politiek. Zo werd hobby een gedeelte van zijn werk. Uitvoerige spreektrant: een goede preek is altijd opgebouwd uit drie punten. Wist niet alleen door inhoud, maar ook door vorm de niet-dagelijkse bestuurders in de mand te praten. Als het moest, trok hij, zoals het een organist betaamt, alle registers open.
Wie schrijft, die blijft. Daarom omvat zijn bestuurlijke nalatenschap een serie beleidsnota's waar zijn opvolger niet omheen kan. Ook uit de laatste statenzittingen is gebleken dat HB zijn huiswerk op tijd en goed af had.
Ja, Hollenbeek Brouwer heeft zijn karwei afgemaakt.
Voor ik hem gesproken heb, heb ik hem al gelezen. Ongevraagd worden mij door zijn sekretaresse ter hand gesteld drie setjes personalia, daterende uit 1970, 1978
en 1986 - als betrof het een sollicitatie - voorzien van naam (voluit), voornamen, geboortedatum, plaats, godsdienst, gezinssamenstelling, beroep, theoretische opleiding, functies in de beroepssfeer, functies in de sektoren publiekrechtelijk, cultureel, volksgezondheid, politiek en kerkelijk. Aangehecht is ook het overzicht van de Boekmanstichting over de uitgaven aan cultuur per inwoner per provincie en de Meerjarenraming 1985 t/m 1988 Provincie Drenthe.
Alle met omcirkelingen, onderstrepingen en pijlen. Konclusie: Drenthe en Hollenbeek Brouwer mogen, moeten gezien worden!
Twee gesprekken tussen 40 jaar HDG en zijn afscheid. Onmiskenbaar: het na-ijdel effect vanwege het portret dat hem door de jarige op 12 maart is aangeboden.
'Objectief gezien is zeventien jaar een forse periode. Als ik ernaar gevraagd word, merk ik twee reakties; een van: wel erg lang en een van: hé, dat komt blijkbaar ook nog voor. Pieter Terpstra heeft dit onlangs in
'Kijk op het Noorden' geanalyseerd.
Ik zal u dat meegeven
Tot 27 april 24.00 uur zijn wij nog formeel verantwoordelijk. Ik gedraag mij tot die tijd ook zo
Tot die tijd ga ik zeker niet freeweelen. Medewerkers hebben recht op motivering en mobilisering
Een duidelijke illustratie is dat Commissaris Oele, toen we pittig bezig waren tijdens een van de laatste GS-vergaderingen, zei: blijf je nog vijf jaar of tien jaar?'
Geprepareerd. Voorzien van drie stapels bewijs-materiaal. Regie in het hoofd. Glad achterover gekamd haar. Het donkere gaat er wat af. Net als uit het brilmontuur. Hij wordt er minder gestreng-maar-rechtvaardig van. Grote, van tijd tot tijd wijd open gesperde, grijsblauwe, ogen. Spreekstijl met veel variatie in hard/zacht, vertragen en versnellen. Veel nadruk. Onderstreping door markerende gebaren.
Zit goed in 't grijze pak. Er onderuit: manchetten met grote knopen en gladde kousen, die ophouders doen vermoeden.
Stijle motoriek.
Een zeer ordelijke gedeputeerde-kamer in donkerbruin. Uitzicht op een groot blijmakend olieverf-schilderij met veel licht, van Evert Musch met een slingerend zandpad en houtwal, geflankeerd door een pauweveer op een fles en een Friese staartklok. Verder in de kamer nog werk van Musch, Ben van Voorn, Jan Altink en Jan Müller.
Op zijn buro nette stapels en een tafelmodel Drentse-vlag.
Betrokkenheid
'Mijn persoonlijke interesse heeft zijn voeding gehad door mijn betrokkenheid vanuit het verleden bij 'Het Drents Genootschap'. (Culturele Raad voor Drenthe). Ik ervaar het nog steeds als een voordeel dat ik vrij jong met mensen als Prakke, Naarding, Lamberts, Bontekoe en Poortman heb mogen werken. Zie nog dat ik gevraagd werd door Prakke en Oldenbanning in het direktiekantoor van Van Gorcum aan de Brink in Assen. Dat was in 1954; het begin van een periode waarin ik allerlei funkties bij het maandblad Drenthe en bij Het Drents Genootschap heb vervuld.
Toen ik in '70 gedeputeerde werd, heb ik mij kort nadien uit het bestuur van Het Drents Genootschap teruggetrokken. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het arrangementje in Overcingel dat voor die gelegenheid was opgezet. Mij is toen een schilderij van Folkert Haanstra aangeboden.Als ik op die jaren terugkijk, heb ik ze positief, zeer positief, beleefd. In de jaren die daarop volgden is mijn betrokkenheid wat afstandelijker geweest. De rollen lagen ook anders.
Sinds 1970 - en da's aantoonbaar - heeft er een verdrievoudiging van de stafbezetting plaatsgevonden en is de begroting gegroeid tot ongeveer 1 miljoen. Ik zeg het niet om groots over te doen
Het is niet één persoon
het is een samenspel geweest
, waarin over en weer geen geheimtaal is gesproken. Ik heb als verantwoordelijk gedeputeerde geprobeerd zo goed mogelijk invulling te geven aan de gescheiden verantwoordelijkheid van overheid en partikulier initiatief (gespreide vingers)
Beeldvorming
Als portefuillehouder had ik te maken met een veelzijdig kontaktennet. Je stond ervoor om een belangenafweging te maken. Ik heb geprobeerd die rol zo zuiver en doeltreffend mogelijk te vervullen en hoop waarachtig dat ik daar redelijk in geslaagd ben. Maar daar moeten anderen over oordelen!
Het laatste half jaar hebben we kunnen laten blijken dat de nieuwe ontwikkeling bij HDG (CRvD) ook Collegebeleid is.
Ik ben dan ook heel blij dat de Staten daarmee ingestemd hebben. Ik bedoel o.a. dat HDG heeft ervaren dat in de ontwikkeling van de samenleving het een en ander is veranderd. En dat vertaalt zich dan ook beleidsmatig
(stilte)
Er komt wel iets bij
' (trekt trefzeker een bundel vergeelde stencils uit een van de drie stapeltjes met: Enkele Notities over het doel en de werkwijze van het DG, gedateerd november 1959, J.H.Br.) en doet een greep uit een indrukwekkende lijst wapenfeiten zoals o.a. een lezing van prof. Mr. I.A. Diepenhorst ('de bekende') over Sport en cultuur, het ontwerpen van de Drenthevlag, het initiatief voor het beeld Bartje en landdagen over o.a. de betekenis van radio en televisie voor lokale samenlevingen.
'Ik wil daarmee aangeven dat HDG in die tijd al op een heel breed terrein, waaronder streektaal en -historie, bezig was. Ook kan ik me nog heel goed herinneren dat - terwijl de Provicie daar helemaal niet om zat te springen - Prakke, Naarding, Lambers en ik op het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen zijn geweest en daar op het buro van staatssecretaris Höppener de Drentse vlag hebben geplant. Zo kregen we rijkssubsidie; onder de titel orgaan van overleg in de sektor volksontwikkeling. Dat werd door ons toen niet ervaren als een koerswijziging maar meer als een kosmetische operatie.
Ik moet dit toch even kwijt naar aanleiding van beeldvorming die er over de eerste 20 jaar plaatsvindt. De feiten liggen - zoals u ziet - fundamenteel anders! Ik zal u dat stencil meegeven
'
Integratie
'Mijn betrokkenheid is altijd gericht geweest op de samenhang van algemene en regionale cultuur. En die heeft er vanaf het eerste uur ingezeten. Het is mijn zorg wel eens geweest dat de onderlinge verwevenheid en stimulering niet altijd onderkend is, of kansen heeft gekregen.
Het spanningsveld dat ik kende moest ik in positieve zin vertalen, ook politiek-bestuurlijk. Ik heb soms daarbij het idee wel gehad, daarvoor bij HDG nauwelijks gehoor te krijgen.
In het project voor Taal en Cultuur krijgt de integratie nu volop de kans. Dat is altijd mijn ideaal geweest
't Is net alsof er een wonder is gebeurd. En dat, terwijl er vrij forse krachten waren die een aparte Drenthe Academie wilden. Gelukkig is het gelukt de initiatieven te integreren met behoud van ieders verantwoordelijkheden, plus dat de rijksoverheid er een substantiële bijdrage aan verleent. Drenthe is na Friesland de eerste provincie waaraan het rijk substantieel vier keer f 200.000,-- t.b.v. dit project bijdraagt; en de Provincie heeft het bestuur van HDG uitgelokt hetzelfde te doen'.
Hobby
'Cultuur als hobby van mij in het College? Die terminologie gebruik ik niet. Het beleid dat op dit terrein wordt gevoerd, wordt eensgezind gedragen door GS en de Staten. In de tweede plaats is het een coöperatie met Buro Culturele Zaken voor wat de uitvoering van het beleid betreft en de emotionele betrokkenheid bij de sektor. En in de derde plaats is het een beleid gericht op, en gedragen door, de samenleving. Het Drents Genootschap fungeert dan meestal als exponent en als gesprekspartner.
Cultuurbeleid in Drenthe is breder dan beleid gericht op de Drentse cultuur, als ik denk aan de kunstzinnige vorming, aan het beroepstoneel, aan het Noordelijk Filharmonisch Orkest en aan de beeldende kunst. Dan is daar geen sprake van eenzijdige belangstelling. Als markeringspunt hebben we beleidsnota's gemaakt, veelal in samenspel met HDG. Bijvoorbeeld de nota's Drents Eigencultuuruitingen en Beeldende Kunst. Ik heb ze hier liggen (wijst naar de stapels).
Uiteraard moeten - na alle voorronden - de voorstellen wel zodanig zijn onderbouwd dat de kollega's zeggen, dat zij ze zo ook voor hun verantwoording willen nemen.
Uit het feit dat in de bestuursprogramma's van de laatste twee periodes stond dat de karakteristieken van de streekcultuur behouden en versterkt moeten worden, zoals taal, historie, volkskunst en landschap, mag u afleiden dat ik in de buurt was; om het zo eens uit te drukken
Ik ben blij dat dit als politiek item is meegenomen, samen met de andere onderdelen van het culturele beleid.'
Essentiële dingen
'Ik ben erop uitgeweest om de essentiële dingen van het beleid in vier bestuursprogramma's opgenomen te krijgen. En dan sta ik daar voor. (Revers-met-lintje stevig in de vuisten). Natuurlijk ben je sterk afhankelijk van de initiatieven van het particulier initiatief, vanuit de samenleving want een overheid alléén kan nauwelijks iets. Zonder initiatieven lóópt het ook niet.
Als het te voeren beleid is vastgesteld in door de Staten aanvaarde nota's dan geeft dat voldoening. Dan is er het een en ander op de rails gezet.
Ik wijs op het onderzoek dat de Boekmanstichting in 1983 heeft gehouden naar de uitgaven op cultureel terrein door de provinciale overheden. Daaruit blijkt Drenthe per inwoner het hoogste te scoren van allemaal. Ik heb die cijfers nog nooit gebruikt. De laatste tijd wel als men er om vraagt. Mij is trouwens in de verkiezingsstrijd opgevallen dat er voor welzijnsbeleid en cultuur minder belangstelling was als voorheen
Maar ik heb een aantal maanden geleden, toen wij met 700 mensen in het provinciehuis protesteerden in de richting van het rijk, gezegd: dit protest is niet vrijblijvend. Het appèl om een hoge prioriteit gaat ook naar ons zelf uit! Ik zie dan ook met enige spanning uit naar de inhoud van het nieuwe bestuursprogramma. Ik heb hoop en vertrouwen dat deze sektor een hoge prioriteit blijft houden
Omgaan met macht is een heel bijzondere verantwoordelijkheid. De dragers van die verantwoordelijkheid moeten zich er van bewust zijn dat strukturele voorzieningen voor langere termijn moeten gelden. En dat stijgt uit boven veronderstelde partijpolitieke belangen'.
Vasthoudend
'Ik weet niet of ik een perfektionist ben. Ik probeer de kwaliteit van de voorstellen zodanig te doen zijn dat ze aanspreken en overgenomen worden. Ik kan daarbij gelukkig samenwerken met bekwame en kreatieve medewerkers. En je moet als gedeputeerde zorgen voor voldoende aansluiting bij datgene wat er in de Staten leeft. Ik ervaar dat als een program. Ik laat het soms wel blijken als iets niet overgenomen dreigt te worden. Maar dat is dan meer de kategorie soepel in kleine dingen en vasthoudend in meer strukturele zaken'.
'Het laatste wat ik zou willen is zelfvoldaanheid of zelfgenoegzaamheid. Het kan altijd beter, maar je schiet wel tekort als je niet je uiterste best doet'.
Op de man
'Dat vind ik moeilijk te beoordelen of die DGP-pagina wel interessant was voor mensen buiten het circuit. Ik heb de indruk dat deze pagina - inventief, kreatief en op een goed journalistiek nivo geschreven - door een brede kring werd gelezen en gewaardeerd.
Mijn verantwoordelijkheid en mijn funktie brengen met zich mee dat je alert bent op kritiek - zowel positief als negatief - op het provinciale beleid. Ik heb dat op die pagina altijd als stimulerend en inspirerend ervaren'.
'Nee. Ik heb er nooit op gereageerd. Niemand zal dat kunnen zeggen. Wel eens heb ik - een paar weken terug - als het om feitelijke informatie ging, andere feiten aangedragen
U hebt van mijn hand nog nooit een ingezonden stuk gelezen. Een publieke funktie brengt mee, dat je beleid publiekelijk ter beoordeling staat. Verantwoording leg je af in de Statenzaal'.
'Nee hoor, ook met de verslaggeving dáárvan heb ik nooit moeite gehad. Dat behoort selektief te gebeuren. Uiteraard lees je de verslagen heel kritisch. De inhoud is heel duidelijk een verantwoordelijkheid van de betreffende journalist of redakteur.
Da's een fundamenteel gegeven van onze democratie
Wèl kan ik er slecht tegen dat er op de man gespeeld wordt. Gelukkig heb ik die ervaring niet
'
Toch wèl; zo help ik hem herinneren aan een voorval uit ons beider verleden: een column voor dit blad over zijn pleidooi voor het gebruik van de streektaal op school, onder de badinerende kop 'Kom nou meneer Hollenbeek Brouwer'.
De column was hem door de redactie ter kennisneming vooraf (dat waren nog eens tijden) toegestuurd. Gevolg: een hint aan HDG als uitgever. Resultaat: geen column.
Opwinding maakt zich opnieuw van hem meester.
De pijn zat en zit diep.
Parkstraat 18. Een steil huis. Werkkamer in bruin en blauw. Tijdloze meubilering. Mannen-broederssfeer. Alles heeft zijn eigen plaats. Ook in de boekenkast, een plank Drenthe, een plank theologie, planken Statenstukkenbanden, stapels stukken en Knipselkranten (sta-ik-er-ook-in?). Een plank met Eerste- en presentiexemplaren. Naast het buro o.a. een foto van een eerste steenlegging en een portret in krijt van een dochter. Op het buro een van de drie stapels bewijsmateriaal. Opnieuw de Drentse vlag.
Parool
'Voor de titel ing. is destijds landelijk gevochten. Daarmee werd de Hogere Landbouwschool eindelijk gelijkgesteld met de Hogere Technische School. Toen het erdoor was, ging het parool uit om het ook te gaan gebruiken. Een aantal jaren later werd wettelijk bepaald dat de titel voor de naam gezet mocht worden. En sinds ik gedeputeerde ben, heb ik mijn titel niet meer gebruikt. Dat was mede onder invloed van de hele demokratisering, waarbij de titelatuur een rol speelde. Die ontwikkeling heb ik ook bij de ambtenaren op het provinciehuis zich zien voltrekken: afgestudeerden lieten heel vaak in die tijd hun titel weg. Ik heb wat dat betreft alle golven meegemaakt'.
Bijzondere school
'Thuis in Valthermond hadden we een 30 ha groot veenkoloniaal boerenbedrijf. Dat noemde je toen groot. Mijn broer woont daar nog, maar heeft nu met vier anderen een maatschap, omdat het anders te klein is. Ik ben er naar de lagere school gegaan. Daaraan bewaar ik heel goede herinneringen. Tot op de dag van vandaag heb ik kontakt met een van mijn jeugdvrienden van school, waarmee ik ook op de jeugdvereniging ben gegaan. Ik ben onlangs op zijn afscheid geweest en hij komt ook op mijn afscheid. Ik kom nog regelmatig in Valthermond
Toen het dorp 100 jaar bestond, zo'n 30 jaar geleden, zijn mijn vrouw en ik daar een week geweest om het feest mee te vieren. Bij die gelegenheid hebben we staande het Veenkoloniaal Volkslied gezongen. (Zingt het zonder nadere aankondiging blozend met zondagse zangstem. Verrast vang ik op: wild en woest en ledig, ruwe veen, daar nad'ren mannen met een ijz'ren wil; broeders op ten strijde, moedig d'eedlen strijd volbracht
)'
'Jazeker. Dat werd vaak bij gelegenheden gezongen.
Het is geschreven door Winkler Prins uit Veendam
Het hoofd van de lagere school - het was een bijzondere school, dat zult u begrijpen - kon prachtig vertellen. Ik hoor hem nog over Nova Zembla vertellen en zag destijds de ijsberen lopen. Bijbelse geschiedenis was ook een vitaal punt. Dat straalde door alle vakken en bepaalde de sfeer op school'.
Steunpunten
'Ik weet niet meer of ik de beste van de klas was. Wel ging ik als een van de weinigen naar de HBS in Stadskanaal
Tot op de dag van vandaag voer ik correspondentie met een leraar, de heer Rahms - hij is nu 80 - die haarscherp wist aan te geven waar de Semslinie liep en hoe dat kwam.
In Valthermond bleef ik deelnemen aan het kerkelijk jeugdverenigingswerk. Daar werden de trefwoorden kerk, staat en maatschappij zeer fundamenteel aan de orde gesteld. We deden dat zelf. Ons stonden wel de nodige bronnen ter beschikking. Het materiaal dat je kreeg was voortreffelijk! Maar we kwamen natuurlijk wel op het zelfde uit (lach)! We waren daar met elkaar: boerenjongens, arbeidersjongens maar ook middenstanders. Met elkaar bediskussieerden we dan als 16-20 jarigen een thema als: doodstraf e.d.
Deelname aan de diskussie werd niet zozeer door intellektuele bagage bepaald, maar door studiezin.
Ik heb dat zelf als heel plezierig ervaren, dat gezamenlijk zoeken naar steunpunten voor het bepalen van je positie in de samenleving. En dat gebeurde in die tijd niet alleen in onze kring'.
Vertrouwen
'Ik ben zoals ik ben. Ook als gedeputeerde. Ik speel geen toneel! Laat ik daar duidelijk in zijn
'
'Nou, laat ik het zo zeggen: ik ben er wel gevoelig voor dat Marga Kool in zo'n ambiance in 't Schepershoes in Balloo mij uitlokt in een sfeer van vertrouwen. Dat kun je elkaar niet aanpraten
Als ik het gevoel heb ik loop het risico dat ik bedonderd word, dan laat ik dat eerst niet merken, maar later tijdens de rit toch wel
In Balloo was vertrouwen. Wat daar misschien heeft meegespeeld is dat het gesprek in 't Valthermonds, in het Drents, het Veenkoloniaals gevoerd werd. Voor de menen dáár was dat blijkbaar nieuw, misschien was dat wel - zoals u zegt - voor mensen het verrassende aan die bijeenkomt.'
Rollenspel
'Spanning? Ik ben er sterk gevoelig voor dat er een vertrouwensbasis is. In de politiek kun je de mensen niet uitkiezen, zij zijn gekozen via een zorgvuldige selektiemethode
Ik stel er een eer in om mijn zaken goed te kennen. De gesprekspartners hebben daar recht op, op goede en uiteraard betrouwbare informatie. Gelukkig heb ik medewerkers die dat ook doen. Elke Statenzitting of commissievergadering ervaar ik wel als een emotionele gebeurtenis. Ik slaap gelukkig heel goed. Meestal heb ik van tevoren het gevoel dat ik mij voldoende heb voorbereid.
Ik zit meer in spanning als ik niet weet wat er gaat komen
''
'Nee, ik heb toch te gevoel dat ik de vergaderingen in redelijke mate ontspannen meemaak. Ik vind wel dat de persoonlijke verhoudingen goed zijn; en dan hoeven en mogen de politieke verschillen niet te verdwijnen. Ik geniet namelijk van een fundamentele diskussie over zaken die aan de orde zijn
Ook op principiële punten
De geestelijke vrijheid is de basis voor een demokratie. Door die bril bekeken is het een goede zaak dat politici laten blijken wat hun overtuiging is. Dat kan de indruk van spanning wekken
In die kompositie past dan ook dat je probeert te voorzien: wat zou ons kunnen gebeuren. Dat is erg heil- en leerzaam. Doordat ik acht jaar statenlid geweest ben, kost me dat geen moeite om die rol te spelen. We spelen dat rollenspel hier wel eens in de kamer en zetten die rollen dan ook op naam'.
'Ja, doseren is erg belangrijk. Als je tien punten aanroert moet je selecteren en op een aantal ervan de registers opentrekken'.
Circuits
'Ik ben altijd in Drenthe blijven wonen en werken, ook al ben ik drie keer van baan veranderd. Daarbij komt dat ik zowel mijn baan bij het Landbouwschap als die van direkteur van het Gereformeerd Sociaal Centrum Drenthe heb kunnen kombineren met verschillende verantwoordelijkheden in de vrijetijdssfeer. Zo ben ik tien jaar voorzitter van de Drentse Arjos geweest en naderhand tien jaar sekretaris van de AR in Drenthe, met daarnaast mijn betrokkenheid vanaf 1954 bij Het Drents Genootschap. Vanuit mijn wonen en werken hier ben in onderdeel gaan uitmaken van een veelzijdig relatienet en verschillende circuits'.
'Ja, ik heb inderdaad nog een hoop mensen van de oude garde meegemaakt. Meneer Cramer komt vrij regelmatig hier op de koffie en dan ken ik inderdaad veel mensen uit het Drenthe van vroeger waarmee ook hij een persoonlijke relatie had, zoals bijvoorbeeld Smallenbroek. En daarin zit heel wat gespreksstof
Als ik dat boekje over 40 jaar PvdA in Drenthe van Bert Middel en Chris van der Veen lees, waarvan ik - heel plezierig - een presentieexemplaar mocht ontvangen, dan lees ik dat met rooie oortjes. Ik ben er zelf immers vanaf 1947 bij betrokken geweest.'
'In de politiek zijn leeftijdgenoten van mij Euving, wethouder van Oosterhesselen; Eleveld, wethouder van Smilde; Numan, wethouder van Vries en Van Noord, thans Tweede Kamerlid. Wij maakten deel uit van een vrij hechte club die elkaar kende van het jeugdwerk. Later maakte je - doordat je er als jongere generatie door de ouderen bij werd betrokken - de overstap naar de politiek
Om aan te geven het merkwaardige verschil tussen toen en nu: toen ik statenlid werd, vroeg ik aan Smallenboek: wat verwacht u van een nieuw statenlid. Hij zei: het eerste jaar goed luisteren en kijken hoe wij het doen! In het tweede jaar mocht je in een afdeling eens een vraagje stellen
Nu is het zo dat de statenleden al snel weten hoe de wereld in elkaar moet zitten
Zo zal elke generatie de politieke idealen op zijn eigen wijze vorm geven.'
Identiteit
'Ik kan u wat dat betreft een artikel meegeven dat ooit in het Algemeen Dagblad heeft gestaan en zodoende in de bladen van de DGP over het behouden van uitstervende geslachtsnamen'.
(Schiet overeind, loopt in een bijna dansante pas naar zijn buro en grijpt uit een la een krantenpagina waarop zijn situatie als illustratie geschetst wordt.)
'Ik heb die naam bij mijn geboorte meegekregen, op verzoek van mijn opa Jan Kort. Deze wilde mij vernoemen naar zijn overgrootvader Jan Hollenbeek. Als ik niet vernoemd was zou de naam Hollenbeek zijn uitgestorven
'
'Ik heb daarop dus zelf geen enkele invloed gehad
Later heb ik mij gerealiseerd dat mijn opa erg op mij gesteld was, als eerste kleinzoon. Het heeft een heel bizondere relatie gegeven
Mijn broer en zuster heten dus Brouwer. Sinds 1945 ben ik mijn volle naam in de verschillende circuits gaan gebruiken
Het komt inderdaad voor dat mensen mij vragen: hoe moet ik u noemen. Ik zeg dan; hoe zou u het vinden als uw naam verbasterd werd
Een naam, daar hoort een mens bij. Je denkt aan iemand
'
'Nee, zeker niet. Statusoverwegingen waren niet aan de orde. Het is gewoon mijn naam
(stilte) Ik moet trouwens zeggen dat ik er nooit hinder van heb ondervonden, ook geen voordeel natuurlijk!
Mijn kinderen hebben zich altijd Hollenbeek Brouwer genoemd. Zij vinden blijkbaar hun eigen identiteit daarin terug
'
Initiatief
Twee dagen na het laatste gesprek op een korrespondentiekaart de volgende tekst in een handschrift dat even schuin achterover helt als hij bij tijd en wijle staat!
'In aansluiting op onze gesprekken van 20/3 en 26/3 (die ik als open, plezierig en voor mij ook bepaald stimulerend heb ervaren) hierbij tekst en melodie van het Veenkoloniaal (volks)lied. Ik hoop dat Het Drents Genootschap (in samenwerking met 'Omroep Drenthe') nog eens initiatief zal nemen voor het (doen) uitschrijven van een prijsvraag voor een Drents Volkslied. Steeds meer blijkt m.i. dat het 'Uilenberg-lied' toch moeilijk door de huidige generatie, zowel jongeren als oudere Drentse burgers, als hèt Drents volkslied begrepen en aanvaard wordt. Overigens realiseer ik mij ook dat juist een volkslied nauwelijks gemáákt kan worden, maar geboren moet worden.
Tenslotte: ik weet niet meer of ik in één onzer gesprekken wel (voldoende) tot uiting heb gebracht, dat ik gedurende mijn gehele GS-periode bijzondere steun heb gehad aan een zeer bekwame sekretaresse: mevrouw G. Blaauw. Ik zou zeker tekort schieten als ik dat niet als essentieel voor mijn werk alsnog zou vermelden.
Vr. groet
J. Hollenbeek Brouwer'