Culturele prijs van Drenthe
voor J. Hollenbeek Brouwer.
(Persbericht van 27 september 1993 van het provinciaal bestuur van Drenthe).
Het college van GS van Drenthe heeft besloten de culturele prijs van Drenthe 1993 toe te kennen aan de heer J. Hollenbeek Brouwer (70) uit Assen. Hij krijgt de prijs vanwege zijn jarenlange en buitengewone inzet voor de cultuur in, van en voor Drenthe als bestuurslid van (onder meer) de Stichting Het Drents Genootschap/Culturele Raad voor Drenthe, de Stichting Omroep Drenthe en het Noord Nederlands Orkest en als gedeputeerde voor culturele zaken.
De prijsuitreiking vindt plaats op dinsdag 23 november om 16.00 uur in het Provinciehuis te Assen. De prijs wordt uitgereikt door de Commissaris van de Koningin in de provincie Drenthe, mevrouw M. de Boer.
De prijs bestaat uit een bronzen legpenning met inscriptie en een cheque ter waarde van f 5000.-
Het college van GS is van mening dat het aan de buitengewone inzet van J. Hollenbeek Brouwer te danken is, dat vele culturele voorzieningen in de provincie in de afgelopen decennia tot stand zijn gekomen.
De heer Hollenbeek Brouwer pleegde die inzet onder meer als bestuurder van het Drents Genootschap en als lid van het college van gedeputeerde staten.
Hij is als bestuurder en politicus met een omvangrijke portefuille, een zwaargewicht geweest; gedreven en bekwaam in het bereiken van het doel dat hij zich voor ogen had gesteld.
Vanuit de stelling 'Drenthe hoeft geen genoegen te nemen met minder', streefde hij naar het verkrijgen van eigen Drentse voorzieningen op allerlei terreinen, aldus het Drentse college.
Dit voorjaar is de heer Hollenbeek Brouwer afgetreden als voorzitter van het bestuur van de Stichting Omroep Drenthe. Deze regionale omroep is in de eerste vijf jaar van zijn bestaan onder zijn voorzitterschap uitgegroeid tot een niet meer uit Drenthe weg te denken voorziening.
Daarmee is volgens het college van GS een treffend moment aangebroken om hem te onderscheiden met de culturele prijs van Drenthe.
Nadere informatie Culturele prijs van Drenthe 1993
(Toelichting bij het persbericht van 27 september 1993 van het provinciaal bestuur)
Jan Hollenbeek Brouwer (JHB), geboren 1 april 1923 te Odoorn, is in Drenthe op velerlei terreinen en jaren lang actief geweest.
Behalve diverse politieke functies (lid van provinciale staten 1962-1987), gemeenteraadslid van Assen (1963-1970), bekleede hij bestuursfuncties in het culturele leven, onder meer als secretaris en later penningmeester bij de stichting Het Drents Genootschap/Culturele Raad voor Drenthe (1955-1970), de Regionale Omroep Noord en Oost, en de Openbare Leeszaal Assen.
Tevens bekleedde hij verschillende bestuursfuncties in de zorg voor de volksgezondheid (onder meer bij Beileroord, het Wilhelmina Ziekenhuis te Assen, de Hendrik Pierson Vereniging Drenthe) en in diverse kerkelijke en partijpolitieke (A.R.P./C.D.A.) organisaties.
Voordat hij lid werd van het college van gedeputeerde staten was hij werkzaam bij het Landbouwschap Drenthe en directeur van het Gereformeerd Sociaal Centrum Drenthe (1960-1970).
In 1970 werd hij lid van het college van gedeputeerde staten. In de daarop volgende vier collegeperioden heeft hij een groot aantal beleidsvelden in portefeuille gehad: welzijnszaken, bestuurlijke aangelegenheden, gemeentelijke zaken, samenlevingsopbouw, energievoorziening, voorlichting, beleidsplanning, vrouwenemancipatie en culturele zaken.
En wat er in zijn portefeuille ook wisselde: culturele zaken bleven er een onderdeel van.
Cultuur is voor hem het aandachtsgebied geweest waar hij zich met hart en ziel voor inzette.
Jan Hollenbeek Brouwer als bestuurslid van culturele organisaties.
In meer dan één opzicht heeft zijn inzet voor de cultuur van Drenthe te maken met zijn bestuursfuncties bij het Genootschap in de jaren '50 en '60.
Sinds 1955 heeft J.H.B. bij dit genootschap diverse bestuursfuncties bekleed en uit die tijd ook stamt zijn betrokkenheid bij de cultuur in Drenthe.
In een tijd dat men overal in Nederland na de Tweede Wereldoorlog druk bezig was met de wederopbouw en dat het provinciaal bestuur nog geen afdeling culturele zaken kende, vervulde deze instelling een toonaangevende rol in het provinciale culturele leven. Nederland kreeg zijn moderne structuur en Drenthe deed daar aan mee.
Bij het Genootschap kwam hij in de vijftiger jaren in contact met één van de toenmalige culturele voortrekkers van Drenthe, de latere prof. dr. H. J. Prakke.
Deze kleurrijke en gedreven Drenthe-kenner is
(samen met anderen) voor J.H.B. in zijn jonge jaren een belangrijk voorbeeld geweest.
Tijdens zijn secretariaat (stafmedewerkers waren er toen nog niet!) benoemde 'Het Drents Genootschap' zichzelf in 1956 tot de 'Culturele Raad voor Drenthe'.
Het provinciaal bestuur stemde daarmee in en daarna hoefde het toenmalige bestuur van het Genootschap alleen nog maar het Drentse vlaggetje op een ministerieel bureau te planten om de erkenning als zodanig ook van rijkswege gedaan te krijgen. Kort daarna werd een 'hoofd bureau' aangesteld.
Als lid van het DB van deze instelling en in de jaren daarna, toen hij gedeputeerde was, heeft J.H.B. er op toegezien dat het Genootschap kon uitgroeien tot een goed geoutilleerde culturele instelling.
In zijn bestuursperiode heeft het moderne culturele leven in Drenthe langzaam maar zeker vorm gekregen.
Het Genootschap (als enige en belangrijkste instrument) zette zich in voor de ontwikkeling van het muziekschoolwezen in Drenthe, werkte mee aan het opzetten van 'Jeugd en Muziek'-afdelingen en was behulpzaam bij het oprichten van het provinciale harmonie en fanfare-korps en het Drents Symphonie Orkest.
J.H.B.'s bijzondere aandacht ging ook toen al uit naar de streekcultuur. In zijn tijd werd door het Genootschap 'De Brummelwal' (geillustreerd door Evert Musch) uitgegeven, een bloemlezing van het werk van Drentse schrijvers, alsmede een eerste Drentse grammofoonplaat, gemaakt in samenwerking met de regionale omroep in de studio in Groningen en een heuse Drenthe-film.
De activiteiten voor de 'Drenten in de vrömde' hadden de aandacht van deze bestuurder, evenals de tentoonstellingen van het Drents Schilders Genootschap. Ten slotte mogen de gestencilde lezingen van het Drenthe College niet onvermeld blijven: door het Genootschap werden in zijn bestuursperiode deze referaten over veelal historische onderwerpen in een grote oplage verspreid.
De dadendrang en het emancipatoire streven als bestuurder van het Genootschap heeft J..H.B. in 1970 meegenomen naar het provinciale bestuursniveau.
Het Drentse provinciale culturele beleid is in de jaren '70
en '80 dan ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Genootschap. Als verantwoordelijk gedeputeerde heeft hij daarbij geprobeerd zo goed mogelijk invulling te geven aan de gescheiden verantwoordelijkheden van overheid en particulier initiatief.
Nog voor hij gedeputeerde werd, heeft J.H.B. functies bekleed bij de regionale omroepvoorziening in Noord Nederland. Zo werd hij in 1956 lid van de Adviesraad Regionale Omroep Noord-Oost en in 1965 voorzitter van de Drentse RONO-sectie.
Nadat hij zich in 1987 had teruggetrokken uit de actieve provinciale politiek, werd hij begin 1988 voorzitter van het bestuur van de Stichting Omroep Drenthe (Radio Drenthe), de regionale omroep.
J.H.B. heeft zich ook jarenlang ingezet voor het Noordelijk Filharmonisch Orkest (NFO). Als bestuurslid/gedeputeerde stond hij er op, dat het orkest in alle schouwburgen van Drenthe zou optreden en dat de drie Drentse oratoriumverenigingen bij hun grote uitvoeringen door het NFO werden begeleid.
Toen het NFO aan het eind van de jaren '80 met het Frysk Orkest in het Noord Nederlands Orkest werd omgezet, is hij (inmiddels ambteloos burger) als vertegenwoordiger van Drenthe in het bestuur benoemd, zodat de Drentse belangen in dit orkest voorshands nog steeds gewaarborgd zijn.
Jan Hollenbeek Brouwer als gedeputeerde voor culturele zaken.
In 1976 werd de eerste provinciale beleidsnota op cultureel gebied vastgesteld, getiteld 'Aanzet tot een beleidsvisie op de cultuur'.
Deze nota bevat de algemene uitgangspunten die in de jaren daarna zijn uitgewerkt in diverse deelnota's op het gebied van de amateurkunst, de beeldende kunst en de regionale cultuur.
Vooral in de laatstgenoemde beleidssector voer J.H.B. een heel eigen koers, los en wars van elders in Nederland geldende beleidsprioriteiten.
Wat in 1976 (in de nota Aanzet) nog 'Drents-eigen cultuuruitingen'heette, werd in 1982 door de provinciale staten vastgesteld als een nieuw beleidsterrein, met een eigen beleidsnota. Onder de naam regionale cultuur werd aldus in Drenthe de basis gelegd voor het huidige provinciale beleid op het gebied van de streektaal en de streekgeschiedenis dat nog steeds uniek is.
Dit beleid is in de jaren daarna verder uitgebouwd.
Daarbij stond J.H.B. niet alleen samenhang en integratie voor ogen binnen de wereld van de regionale cultuur, maar ook gelijkberechtiging van regionale en algemene cultuur.
Nadat door zijn toedoen in 1978 een stafmedewerker streektaal bij het Genootschap was aangesteld, werden in 1982 de middelen vrijgemaakt voor het aantrekken van een provinciaal historicus. In het kader van het project culturele educatie/Drentse Taol konden in 1987 bovendien (met een rijks- subsidie voor vier jaar ad f 200.000.- per jaar) twee extra functionarissen voor de streektaal worden aangetrokken.
Geen enkele andere provincie kreeg dat voor elkaar. Beide functies maken nog steeds deel uit van de formatie van de Afdeling regionale cultuur van het Kunst & Cultuur Instituut Drenthe, de fusie-opvolger van het Genootschap.
Ook het Drents geschiedenisboek is tot stand gekomen uit een door J.H.B. zorgvuldig begeleid provinciaal initiatief. De aanzetten daarvoor zijn al in de jaren '70 gemaakt.
De Culturele Prijs van Drenthe heeft hij door de 'democratiseringsgolven' heengeloodst. Overal in Nederland sneuvelden toen de prijzen. Inmiddels zijn deze door een groot aantal overheden weer in ere hersteld.
Kunstzinnige vorming, waartoe de provinciale Stichting Kunstzinnige Vorming Drenthe in het leven werd geroepen, droeg hij eveneens een warm hart toe. In zijn tijd werd het jaarlijkse subsidie voor de kunstzinnige vorming regelmatig verhoogd.
En dan zijn er nog, zoals hij het noemde, de plattelandsbibliotheken. Hij heeft zich er voor ingespannen, dat in alle gemeenten in Drenthe een openbare bibliotheek gehuisvest zou worden.
Drenthe werd zo (in 1981) de eerste provincie in Nederland met een openbare bibliotheek in elke gemeente.
De automatisering bij de Provinciale Bibliotheekcentrale Drenthe is mede door zijn toedoen tot stand gekomen in samenwerking met de Provinciale Bibliotheekcentrale Groningen en de Openbare Bibliotheek Groningen, met extra steun van de provincie en van het rijk.
De vier Drentse schouwburgen zijn weliswaar een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar J.H.B. was er bijzonder op gebrand, dat deze een volwaardig aanbod zouden kunnen doen aan de inwoners van Drenthe, opdat in het Noorden alle vormen van theater te zien zouden zijn.
Zo heeft hij, toen het toneelgezelschap de Noorder Compagnie (NC) dreigde weg te vallen, er samen met WVC als eerste voor gezorgd, dat het geld voor de NC niet zou terugvloeien naar het rijk, maar ten goede zou komen aan een nieuw Noordelijk toneelgezelschap. Na een rustpauze is toen De voorziening in de benen geholpen, die vooral de eerste jaren van haar bestaan zeer succesvolle producties, ook in de Drentse kleine kernen, heeft gebracht.
Tevens hebben in zijn tijd de jeugdtheatergezelschappen Genesius en Werk in Uitvoering in Drenthe met succes opgetreden, mede dank zij een provinciaal subsidie waarvoor hij veel tegenwerking moest omzeilen. Momenteel komt dit provinciale subsidie de jeugdtheatergezelschappen De Citadel en Tryater/Finisch ten goede.
Pas in het begin van de jaren '80 is met hulp van het rijk een plan ontwikkeld voor een provinciale dansvoorziening in het noorden. Na een moeizame start is in 1986 Reflex ontstaan, dat momenteel een van de toonaangevende moderne dansgezelschappen in Nederland is.
Drenthe heeft daarin een beslissende rol gespeeld. Teneinde zeker te stellen dat dit gezelschap in wording ook in de Drentse schouwburgen zou optreden, stelde J.H.B. namelijk al in 1984 aan provinciale staten voor om hiervoor een structureel subsidie beschikbaar te stellen. Toen konden het rijk, de gemeente Groningen en de provincie Groningen niet achterblijven en een (eigen) noordelijk dansgezelschap (later: Reflex) werd een feit.
J.H.B. is jarenlang bestuurslid van Opera Forum geweest en zo lang Drenthe medesubsidiënt van dit gezelschap was, trad het ca. tien keer per jaar in Drenthe op.
Aldus heeft J.H.B. als bestuurder van diverse instellingen en als bestuurder van de provincie vorm gegeven aan een in de breedte en in de diepte ontwikkelde culturele infrastructuur, die als basis heeft gediend voor de cultuur in Drenthe en het provinciale beleid daarvoor.